Op visite bij Annie M.G. Schmidt

Jip en Janneke, beertje Pippeloentje, Floddertje, Pluk van de Petteflet; wie kent ze niet? Al deze klassiekers komen van de hand van Annie M.G. Schmidt. Vandaag is het haar honderdste geboortedag. Het was een vrouw die ik vroeger voor mij zag als een lieve, zachte moeder die ’s middags op haar kinderen wachtte met een pot thee en een volle koekjestrommel. Dit geromantiseerde beeld raakte ik snel kwijt toen ik de beste vrouw voor het eerst op tv zag waar ze chronisch een nicotinestaaf tussen haar rechter wijs- en middelvinger klemde.

Schmidt, een bibliothecaresse die op haar 35ste is begonnen met het schrijven van kinderboeken, wist precies te beschrijven wat er in de wonderenwereld van het kind omging. Die grote mensen ook altijd. Met hun rare verhalen en rare gewoontes.

Toen ik klein was kreeg ik een twee cd’s van mijn oudste zus. Op elk van deze cd staan twintig verhaaltjes van Jip en Janneke, voorgelezen door Mieke Verstraete (al dacht ik vroeger dat de verhaaltjes ook echt door Schmidt waren voorgelezen). De verhaaltjes fascineerde mij, ik luisterde er vaak naar. Het klopte gewoon. Een verhaaltje wat me bij is gebleven, is degene waarbij Jip en Janneke mee gaan op visite. Het is zo herkenbaar. Zo kinds.

Ter ere van een literaire kunstenaar. Nog eenmaal op visite bij Annie M.G. Schmidt.

Moeder gaat op visite. ,,Mag ‘k mee?”, vraagt Jip. ,,Ach, je hebt er niets aan”, zegt moeder. ,,’t zijn allemaal grote mensen!”.
,,Mag ik toch mee?”, vraagt Jip. ,,En ik ook?!”, vraagt Janneke. ,,Nou, vooruit dan.”, zegt moeder. ,,Maar als jullie vervelend zijn gaan jullie de straat op!”

De kamer is vol dames en heren; ’t is verjaardag. Jip mag netjes op een stoel zitten, en Janneke ook. Ze krijgen een kopje thee en ieder een koekje. En dan gaan de mensen praten. Ze praten zo veel. En ze praten zo lang. Jip kijkt onderwijl naar schilderijen. Er hangt er een met een groot schip. En een ander, met schaapjes op de hei. En Janneke zit de zool van haar schoentjes los te peuteren. Die is al een beetje los, en ze trekt eraan.

Dan ziet Jip ineens de poes. En Janneke ziet haar ook. Een mooie grijze poes loopt daar onder de tafel. Jip laat zich van zijn stoel glijden en gaat ook onder de tafel zitten. En Janneke komt erbij.

De grote mensen hebben het zo druk. Ze merken het niet eens. Ze praten en ze praten maar. Totdat opeens de hele tafel wordt opgelicht. ,,Oh, oh, de tafel gaat naar boven!”. Alle kopjes rammelen en de koekjesschaal valt op de grond. En ook een asbak., ,,hoo!”, roept iedereen, en ze pakken de tafel vast. En ze kijken wat er aan de hand is.

Onder de tafel vinden ze Jip. En Janneke. En de poes. Ze hadden het net zo gezellig, En al de grote mensen moeten een beetje lachen. Maar moeder zegt: ,,Vort, de straat op! En je gaat nooit meer mee op visite!”

V.

Reageer

Get Adobe Flash player