Schrijven met kunstwerken

Dit bericht is gepubliceerd in de Leeuwarder Courant van maandag 26 maart.

Kate Schlingemann (1958) is gefascineerd door taal. Onlangs werd ze tweede bij de Turing Nationale Gedichtenwedstrijd.

Op de zolderkamer van haar boerderij in Hartwerd tekent en schildert Schlingemann illustraties voor haar teksten. Door het hele huis liggen schriften zodat ze, als er iets in haar opkomt, het meteen op kan schrijven. De Haagse woont sinds tien jaar samen met haar man en twee zonen in het Friesland.

Vanaf het moment dat Schlingemann kon lezen, is ze gefascineerd door alles wat met taal te maken heeft. Voor haar zijn letters daarom ook niet gewoon letters, maar tekeningen. Op zichzelf staande kunstwerken waarmee eindeloos gevarieerd kan worden. Het eerste woord dat ze kon lezen was ‘kat’, de eerste drie letters van haar naam.

,,Op dat moment viel het kwartje. Een wereld ging voor me open. Alles kreeg een betekenis. Ik ging ook alles lezen. Uithangborden, teksten op huizen; ineens was alles te begrijpen. Voordat je kunt lezen, denk je alles in beelden. Het spelen met taal en beeld, en vooral in die combinatie vind ik prachtig.”

Ze schreef zes kinderboeken en veel (jeugd)gedichten. Van ‘Mats en de Moedmannetjes’, een verhaal over een jongen die met behulp van Moedmannetjes zijn angsten overwint, is zelfs een dansvoorstelling gemaakt. Schlingemann interpreteert woorden en uitdrukkingen op een letterlijke manier zodat ze een hele andere betekenis kunnen krijgen.

Zo is ook het gedicht ‘Bemoeizorg’ ontstaan, dat ze inzond naar de Turing Nationale Gedichtenwedstrijd. Kate krijgt vanuit haar werk in de zorg geregeld vragenlijsten onder ogen van allerlei instanties. De abstracte manier van vragen stellen zette haar aan het denken.  ,,Het gedicht gaat over de bureaucratie van instanties die alles van ons willen weten.”

Door teksten en uitdrukkingen uit de context te halen, verandert de betekenis van de tekst. ,,Daardoor kan zelfs een beleidsplan van de gemeente pure poëzie worden.”

Daarnaast haalt ze inspiratie uit het constant stellen van vragen. ,,Op dit moment wordt er een prentenboek geïllustreerd over een paard dat een kudde zoekt. Het idee kreeg ik door het zien van een paard dat steeds alleen in de wei stond.”

Haar prentenboeken worden geïllustreerd door anderen. Dat kan ze zelf niet omdat ze vindt dat ze niet buiten haar verhalen om kan denken. ,,Als ik het zelf teken, vertellen die tekeningen hetzelfde verhaal als de tekst. Dat is niet de bedoeling. De illustraties zijn juist bedoeld om een andere kijk op het verhaal te geven. Een buitenstaander heeft het verhaal niet zien ontstaan en maakt de illustratie zoals zij zich het voorstelt.

Bij haar jeugdgedichten maakt ze wel tekeningen. Die schildert ze op kleine paneeltjes waar de illustraties als decor voor de tekst dienen.

Kate is geregeld te vinden op basisscholen waar ze workshops met verhalen gedichten geeft aan de kinderen. Ze leest voor, praat over de teksten en laat de kinderen spelenderwijs hun eigen gedichten maken. En ook hier haalt ze inspiratie uit.

,,Een kind vroeg mij eens: ‘Hoe lang duur ik nog eigenlijk?’. Hij bedoelde te vragen hoe lang het leven duurt. Die manier van vragen vond ik zo mooi, dat het resulteerde in het gedicht ‘Hoe lang duur ik nog ongeveer’, een verhaal over een superheld die andere beesten redt.”

Bij haar tweede prijs hoort een geldbedrag van €1500. Dat geld wil ze gebruiken om haar prentenboeken te ,,ver-appen”. ,,Ik zou het leuk vinden als mijn prentenboeken als e-book of als app op tabletcomputers verkrijgbaar zijn. De interactiviteit die je kunt toevoegen is een verrijking voor mijn bestaande werk.”

Reageer

Get Adobe Flash player