Tag Archives: Heerenveen

‘Sneker Panneman’: ,,skûtsjesilen gaat om de beleving’’

Menno-Kier VisserMenno-Kier Visser is algemeen directeur van Derustit in Heerenveen en draagt het skûtsjesilen een warm hart toe. Al meer dan 25 jaar is hij sponsor van het Dicky van der Werffonds en heeft een duidelijke visie op het doel van het fonds.

In zijn kantoor van Derustit aan It Dok in Heerenveen hangt een grote advertentie van een aantal staalbedrijven –waaronder Derustit- waarop het Sneker skûtsje prijkt. Links in de hoek van het kantoor staat een miniatuur van de Sneker Pan, met in de mast de karakteristieke Waterpoort. Wie Vissers kantoor binnenloopt, kan zijn liefde voor het skûtsjesilen niet ontgaan.

Al 25 jaar –sinds de oprichting- is Menno-Kier sponsor van het Dicky van der Werffonds. Dat had eerst nog wel wat voeten in de aarde. ,,Ik ben van origine een Leeuwarder, dus dat was natuurlijk een heikel punt. Maar ik zat op de MAVO bij Douwe Visser in de klas, was de zwager van Gerke de Boer van Sneeker assurantiekantoor De Boer Sneek (die hem aanspoorde om sponsor te worden) en haalde m’n brood bij bakker Kuipers. Connecties genoeg dus”, somt Visser op.

Er was alleen nog één probleem: hij had geen eigen bedrijf. ,,En de 250 gulden die destijds per jaar gesponsord moest worden, kon ik niet ophoesten.” Uiteindelijk werd Visser voor 125 gulden per jaar de eerste sponsor op particuliere basis van het fonds. Een aantal jaren later sponsorde hij namens Derustit.

Derustit is specialist op het gebied van oppervlaktetechniek. Het bedrijf behandelt roestvaststaal en voegt door middel van verschillende behandelmethodes zoals elektrolytisch polijsten, beitsen & passiveren en slijpen & polijsten waarde toe aan het materiaal. Met 25 man personeel in de vestigingen in Heerenveen en Winterswijk is het bedrijf toonaangevend in Nederland en ook Europa.

Het sponsoren van het Dicky van der Werffonds doet Visser graag, omdat hij vindt dat het fonds zijn plaats als ondersteunende factor goed kent. ,,Het Dicky van der Werffonds is puur ter ondersteuning van het Sneker skûtsje. Wat er op het schip gebeurt is aan de schipper en daar hebben wij als sponsoren weinig tot geen inspraak in. Zo hoort het ook.

Wat vindt Visser dan zo mooi aan het skûtsjesilen? ,,Het is de beleving. Het gaat om de beleving, de sfeer en de geschiedenis. Ik bedoel, als je de Elfstedentocht uitkleedt, is het ook niet meer dan een schaatstocht over 230 kilometer. Maar het gaat om hoe je het beleeft, je hart moet er liggen. Als dat zo is, vind je het prachtig. Zoals ik.”

Als sponsor was Visser de afgelopen 25 jaar ook vaak van de partij tijdens de uitjes die door het Dicky van der Werffonds georganiseerd worden, zoals tijdens de slotwedstrijd van het SKS Skûtsjesilen op het Sneekermeer. Daaruit zijn ook tradities ontstaan, zoals het Sneker Skûtsje-lied en de Sneker Pannemannen.

Samen met Sneker en tevens sponsor van het het fonds Hotse van Bekkem (van Habéé Kantoormeubelen, red.) richtten ze het duo de Sneker Pannemannen op. Ze treden maar één keer per jaar op en dat is aan het einde van Hardzeildag, het einde van het skûtsjesilen in de Sneekweek. Samen brengen ze dan in de vorm van een limerick hun blik op hoe de wedstrijden van de Sneker trots verlopen zijn.

Visser: ,,Dat is natuurlijk lachen, want er wordt op de middag nog wel eens wat gedronken, en dan moeten we nog optreden. Oefenen voor ons optreden is er meestal ook niet bij en als dat gebeurd, wordt het er vaak niet beter op. Het is het leukst om het een beetje te improviseren”, lacht hij.

Naast de jaarlijkse limerick riepen de twee heren ook de Sneker Pannemannen-erepenning in het leven, bedoeld voor mensen die zich verdienstelijk hebben gemaakt voor de Sneker Pan. Deze is tot nu toe één keer uitgereikt en wel aan burgemeester Arno Brok, ,,Met de boodschap om hem door te geven aan Siebold Hartkamp, die destijds al twee jaar geen burgemeester meer was.”

De penning die Brok kreeg werd uitgereikt als tweede Pannenmannen-erepenning. ,,De eerste erepenning is voor Douwe Visser, maar die krijgt hij pas wanneer hij stopt.”

Menno-Kier Visser is Leeuwarder, woont in Sneek en werkt in Heerenveen. Kunnen de Gerben van Manen en de Rienk Ulbusz dan niet op de steun rekenen van Visser? ,,Ik heb wel eens een donatie gedaan aan de skûtsjes van Heerenveen en Leeuwarden, maar dat mag geen naam hebben. Mijn hart ligt bij de Sneker Pan.”

Nooit meer in de maat bij Van Renssen

Dit artikel is gepubliceerd in de Heerenveense Courant van 24 januari 2013.

Meer dan 38 jaar is Piet Giliams slagwerker bij Marchingband Van Renssen in Heerenveen. Eind april houdt het korps er definitief mee op.

Vincent Schutte

HEERENVEEN – Omdat zijn vrienden erbij zaten, nam de nu 52-jarige Piet Giliams uit Heerenveen ook eens een kijkje bij de showband, dat toen nog het JHC Van Renssen korps heette. Hij was meteen verkocht. Hij begon op de snaredrum en oefende zich thuis een slag in de rondte. Hierna ging hij over op de pauken, waarmee hij ook zijn eerste straatoptreden verzorgde in de Greiden in Heerenveen. Het begin van een carrière die uiteindelijk 38 jaar zal duren.

Er zullen nog vele optredens volgen. Het gaat goed met JHC Van Renssen korps, dat na het overlijden van de oprichter de heer Van Renssen zo is genoemd. Het korps heeft veel leden en bij optredens zijn er twee bussen nodig om alle muzikanten te vervoeren. België, Duitsland, Frankrijk; ze reisden overal naartoe en Piet heeft het allemaal meegemaakt.  Maar ook in het binnenland was het korps veel te vinden, zo’n veertig optredens per jaar. Vooral de vele mensen langs de kant vond hij het mooist.

,,Tijdens het carnaval in Frankrijk en Duitsland stonden mensen altijd rijen dik langs de kant. Zo gooiden met confetti, snoepjes, sinaasappels; het was één groot feest.” Zo’n groot feest, dat het publiek soms ook zelf met het korps mee wilde doen. ,,In Frankrijk werd mijn bassdrumstok eens afgepakt, en sloeg het publiek tijdens het optreden op mijn trommel. Maar goed, die stok was op een gegeven moment verdwenen. Ik keek af en toe voorzichtig achterom of hij er alweer aankwam, maar hij was nergens te bekennen. Stond ik daar met één stok.” Piet kreeg het benauwd, maar uiteindelijk werd de stok toch nog terug gebracht.

En zo’n buitenlands optreden leverde nog wel eens een vriendinnetje op. Piet glundert. ,,Maar dat hield nooit lang stand. Dat kon natuurlijk niet, met zo’n afstand.”

De mooiste optredens uit zijn tijd bij Van Renssen waren de deelnamen aan het Wereld Muziek Concours (WMC) in Kerkrade. Piet lijkt er nog steeds van onder de indruk. ,,De hoeveelheid mensen die in zo’n stadion zitten is fantastisch. Dat applaus. Dat gevoel. Als je klaarstaat lopen de rillingen al over je lijf, en dan moet je de show nog behoorlijk zien te lopen.” En dat lukte. Het korps behaalde een tweede en eerste prijs.

Voordat hij bassdrum speelde, liep hij ook nog een tijdje met de bekkens. En dat deed hij niet onverdienstelijk. Zo nam het korps eens deel aan een concours in Hoorn. ,,Toen we vlak langs de jury liepen, deed ik open slag”, vertelt Piet terwijl hij zijn armen boven z’n hoofd houdt. ,,In de juryrapporten stond later: ‘zo’n bekkenist hebben we nog nooit gezien’. Da’s toch mooi?!”

Zo soepel als dat met de bekkens ging, wilde dat soms niet meer met de bassdrum. Het is niet lang leve de lol, sommige optredens zijn zwaar. ,,Soms krijg ik enorm last van m’n schouders door die beugels waarmee ik de bassdrum draag. Zoals tijdens de lange optochten in Duitsland. Die Duitsers kennen geen pauze, joh.”

Sinds een aantal jaren geleden loopt het ledenaantal van de band snel terug. Mensen vertrekken en er komen niet veel leden bij. Ze proberen meer aan ledenwerving te doen, maar het mag niet baten; de jeugd blijft weg. Waar dat aan ligt? Piet heeft wel een idee. ,,Computers!”, zegt hij overtuigend. ,,De jeugd ziet het niet meer zitten om met een korps de straat op te gaan.”

Hedendag bestaat de marchingband uit zes tamboers en een vijftiental majorettes. ,,Veel te weinig”, weet Piet. ,,Als een paar van de zes tamboers niet kunnen, kan het korps niet optreden. Ik kan op zaterdagochtend al niet, omdat ik m’n krantjes moet lopen.”

Woensdag 9 januari werden de leden bij elkaar geroepen voor een extra  ledenvergadering. Het onvermijdelijke werd besloten: Marchingband Van Renssen Heerenveen houdt na 57 jaar op te bestaan. Zonde, vindt Piet. ,,Een club waar je zo’n lange tijd hebt bijgezeten en zulke mooie dingen bij hebt meegemaakt. Ze hebben zelfs nog op mijn trouwerij gespeeld. Die club is straks weg.” De majorettes van de band gaan wel door, zij het onder een andere naam.

De slagwerker gaat echter niet bij de pakken neer zitten. Van Renssen bestaat nog tot eind april, daarna wil hij bij een ander korps de draad weer oppakken. ,,Misschien dat Con Spirito uit Joure wat is.”

Tot die tijd vermaakt hij zich met zijn twee andere hobby’s: sc Heerenveen en de Friesland Flyers. ,,Ik ben jurylid bij het ijshockey en iedere thuiswedstrijd van Heerenveen zit ik op de tribune.”

Winterweer scheelt Thialf veel inkomsten

Dit artikel is gepubliceerd in de Leeuwarder Courant van zaterdag 18 februari.

HEERENVEEN – IJstadion Thialf beleeft een slechte winter. Door het natuurijs bleven de schaatsers bij Thialf weg.

Ontvangt de ijshal normaal gesproken vierduizend schaatsers per week, nu waren dat er zevenhonderd. ,,Op enkele dagen waren het er maar tien”, vertelt directeur Jarco Nieweg.

Door de vorst liep de schaatsbaan in Heerenveen de afgelopen twee weken €20.000 mis aan toegangskaarten en horecaverkoop. Of de bezoekersaantallen bijtrekken nu het weer dooit, weet Nieweg niet zo zeker. Volgens hem zijn de mensen uitgeschaatst en gaan de schaatsen weer in het vet.

,,Normaal is er in de krokusvakantie sprake van een stijgende lijn, maar de vorstperiode zit nu zo dicht tegen de vakantie aan, dat het wel eens tegen kan vallen.” Daarbij komt dat een gedeelte van de vakantie er niet geschaatst kan worden in verband met World Cupwedstrijden.

Behalve verliezers zijn er ook winnaars van de voorbije schaatsperiode. IJsclub Koudum verwelkomde de afgelopen weken ruim dertig nieuwe leden. Ook leverde de eerste toertocht sinds vijftien jaar, de Lytse Súdwesthoekertocht, van afgelopen zaterdag een hoop geld op. ,,We hopen op zo’n €2000”, vertelt Domien Flapper, voorzitter van de ijsclub.

Dit geld kan de club goed gebruiken. ,,Ons clubhuis is sterk verouderd en aan vervanging toe. Dit zou een mooie bestemming zijn.”

Ook schaatsfabrikant Zandstra uit Joure heeft de afgelopen periode goed verdient. ,,De populaire modellen zijn zo goed als uitverkocht”, zegt directeur Wouter Zandstra. ,,Vooral de noren gingen hard vanwege alle toertochten.”

De omzet is ongeveer gelijk aan die van 2008. ,, Dat was echt een topjaar, omdat het daarvoor twaalf jaar niet stevig gevroren had. Je zag toen een inhaalslag.” De voorrad van de fabriek is nu zo goed als op. Populaire modellen en maten zijn niet meer verkrijgbaar. ,,Wij hebben de komende twee jaar weer genoeg werk met het aanvullen van de voorraad”, zegt Zandstra.

,,Deze weken spraken we hier dan ook niet over de crisis. Daar hebben we sowieso niet zoveel last van”, zegt Zandstra met een lach. ,,In de schaatshandel gaat het niet om conjectuur maar om temperatuur.”

Run op pucks en sticks

Dit artikel is gepubliceerd in de Leeuwarder Courant van zaterdag 11 februari.

IJshockey is in trek bij de jeugd. Ook sportwinkels merken een toenemende belangstelling, vooral in en rond Heerenveen.

Vincent Schutte

Winters met natuurijs zijn goud waard voor de ijshockeysport in Nederland. Als het goed vriest, ligt de ijshockeybaan voor de deur.

Op de ijsbaan van Oudeschoot gaven deze week de broers Jason en Jamie Visser van de Friesland Flyers een ijshockeyclinic aan kinderen van alle leeftijden. Ze speelden ijshockey samen met de kinderen en gaven ondertussen aanwijzingen en tips.

Jelle Sijtsema (10) uit Nijelamer ijshockeyt een jaar bij de jeugd van de Friesland Flyers en schaatst als een speer over de schaatsbaan aan de Marktweg. Hij verovert de puck en komt hard knerpend tot stilstand. Een aantal keren gaat hij een duel aan met een van de Flyers en is ze soms zelfs te slim af.

Waarom hij ijshockeyt? ,,Vroeger schaatste ik op noren rondjes over de sloten. Dat vond ik saai worden en via mijn vader en broer kwam ik in aanraking met ijshockey.”

Harm Woortmeijer, voorzitter van de jeugd van de Friesland Flyers, herkent dat beeld. ,,Na een paar rondjes schaatsen zijn de kinderen het zat en missen ze het spelelement. Kinderen willen actie en sport in teamverband. Die dynamiek biedt ijshockey, in tegenstelling tot het langebaanschaatsen, wel.”

Anne de Leeuw van Intersport de Leeuw uit Heerenveen deed goede zaken. Hij verkocht in twee weken tijd bijna 700 pucks en 340 hockeysticks. ,,Elk jaar als er geschaatst kan worden, zijn er weer meer kinderen die met schaatsen, pucks en sticks de deur uit gaan.” Sport2000 in Leeuwarden verkocht in dezelfde periode ongeveer 540 paar ijshockeyschaatsen.

Zodra het goed vriest, veranderen de sloten in ijshockeyveldjes. Op de Heeresloot tussen de Herenwal en de Fok in Heerenveen spelen zeven jongens een potje tegen elkaar. Ze wonen in de buurt en staan, zodra ze vrij zijn van school, meteen op het ijs. Ze maken goaltjes met schoenen als doelpalen en iedereen neemt een puck mee. ,,Voor het geval er een kwijt raakt”, vertelt Stef Zuurman (12) uit Heerenveen.

Het gaat er hard aan toe en er wordt gestréden om de puck. ,,Je kunt zo lekker beuken”, zegt Stef lachend. En als er iemand voorbij schaatst die er niets mee te maken heeft, wordt er vakkundig omheen geschaatst.

De populariteit kan de Friesland Flyers goed gebruiken. De Nederlandse IJshockeybond (NIJB) stimuleert het opstellen van spelers van eigen bodem om zo een eerlijke competitie te creëren. Een goed jeugdbeleid is daarom vereist. ,,We organiseren jaarlijks activiteiten zoals clinics en schaatsmiddagen om jeugdleden te werven. We zijn blij dat het natuurijs van de afgelopen jaren daaraan meewerkt.”

In Oudeschoot maakt Jelle Sijtsema een paar mooie doelpunten. Jason Visser lijkt onder de indruk. ,,Nice goal, mate!”, roept hij, en geeft Jelle  een high-five. Deze glundert.

Ruilmiddag ook leuk voor voetballers

Dit artikel is gepubliceerd in de Leeuwarder Courant van donderdag 26 januari.

HEERENVEEN – Ruim driehonderd kinderen ruilen woensdagmiddag voetbalplaatjes van C1000 bij het Abe Lenstrastadion in Heerenveen.

Tijdens de middag, georganiseerd door SC Heerenveen en C1000, was er ook de mogelijkheid om met enkele bekende voetballers op de foto te gaan.

Robin Wiltjer (10) uit Haulerwijk heeft daar geen aandacht voor. Hij staat al talloze keren met voetballers op de foto. Zijn plaatjesboek is echter nog niet helemaal gevuld. Het plaatje van Feyenoord-verdediger Ron Vlaar is het grootste gemis in zijn boek. ,,Dirk Kuyt en Wesley Sneijder heb ik dubbel. Die kan ik wel missen.”

Niet alleen de kinderen, ook de voetballer hebben het naar hun zin. Filip Djuricic wordt om de haverklap aangeschoten voor een handtekening. ,,De lachende kinderen doen me goed. Het is weer eens wat anders dan een training en ik doe het graag.”

Naast het ruilen kunnen de kinderen hun schotkracht testen en meedoen aan loterijen waarmee toegangskaarten en wedstrijdshirts te winnen zijn. Nellie Schaafsma van de jeugdfanclub Junior Heroes kijkt lachend naar de drukke kinderen.

Ze is blij dat de ruilmiddag druk bezocht word. ,,Het is voor de kinderen een unieke kans om naast het ruilen ook met de voetballers in contact te komen. Daarnaast is het natuurlijk bijzonder om eens een kijkje te nemen in het stadion.”

Robin staat voor een grote tafel met duizenden voetbalplaatjes. Een voor een laat hij zijn kaartjes inwisselen voor plaatjes die hij nog niet heeft. Op een kladbriefje streept hij in hetzelfde tempo zijn lijstje met ontbrekende kaartjes af.

Een paar minuten later is zijn verzameling compleet: 96 kaartjes, inclusief Ron Vlaar. Maar dat vindt hij niet het mooiste plaatje. ,,Bas Dost is mijn favoriet. Maar dat komt natuurlijk omdat ik Heerenveen-fan ben.”

Get Adobe Flash player