Category Archives: Fortissimo

Beugel

Deze column is gepubliceerd in de Fortissimo van maart 2016.

Schermafbeelding 2016-03-25 om 12.08.20De eerste hap, die was het ergst. Ik zette mijn tanden in een stuk eten en had direct het gevoel alsof of alles verdwenen was en ik nergens meer op hoefde te kauwen. Ik was dertien jaar en onderging het ergste wat een kind van dertien kan meemaken: een blokjesbeugel. Het doet zeer (wat zijn die slotjes scherp!) en het ziet er niet uit (ABC Bekwerk was een veelgehoorde metafoor voor het orale gevaarte). Maar aan de andere kant had het ook wel weer voordelen.

Ten eerste hoorde ik er natuurlijk helemaal bij. Alle brugklassers hadden een blokjesbeugel en als je die niet had, vroeg de rest zich af wat er met je gebit aan de hand was. Daarnaast had ik de perfecte methode in handen om onder de minst leuke lessen uit te komen. Want de periodieke controle werd natuurlijk zoveel mogelijk gepland tijdens de lessen aardrijkskunde waar ik zo’n hekel aan had.

Uiteindelijk viel het allemaal best mee, ging anderhalf jaar later de beugel eruit en stonden mijn tanden strakker in mijn mond dan de zwarte lijnen op een Mondriaan. En dat was best een prestatie van de orthodontist, als u zou weten hoe mijn gebit vóór de beugel eruit zag.

Mensen die mij regelmatig zien, weten dat.

Mijn bovengebit is namelijk in een aantal jaren tijd in zijn oude stand gaan staan. Meer als een Brood, zeg maar. Een jaar of vijf heb ik getwijfeld om weer een beugel te nemen en eind februari is het er dan eindelijk van gekomen: ik heb weer een beugel. Van de hiervoor genoemde voordelen kan ik helaas niet meer genieten.

Een aantal dagen na het plaatsen van de beugel raakte ik met een stel vrienden (tevens oud-advendoleden) in gesprek over hoe oud ik was toen ik voor het leerst een beugel had. Ik was dus dertien en dit was tevens een WMC-jaar (2005); voor ons allemaal onze eerste WMC-ervaring. Een licht traumatische ervaring, kun je wel stellen.

De opmars van de show bestond uit een draaiend blok, dat open spatte naar een lange lijn. Dat draaien begon tijdens het WMC veel te laat, waarna het overige gedeelte van de opmars compleet in de soep liep en resulteerde in een lijn die nog schever stond dan mijn gebit. Wat wij niet wisten, was dat de opmars nog niet gejureerd wordt.

Instructeur Jan de Wreede stond met driftige gebaren aan te geven dat we de lijn recht moesten zetten. En dat terwijl aan ons vanaf dag één bij Advendo is uitgelegd dat wanneer je stilstaat, je niet meer mag verroeren. Daar hielden we ons dan ook braaf aan, wat tot nog meer adrenaline bij onze instructeur zorgde. Uiteindelijk kwam alles goed en behaalden we een score van ruim 84 punten.

Ook die eerste ervaring ging dus niet van een leien dakje, maar kwam uiteindelijk toch goed. Aan die gedachte houd ik me het komende jaar dus maar vast. En nu maar hopen dat m’n gebit weer net zo recht gaat staan als toen.

V.

Populair

Dit artikel is gepubliceerd in de Fortissimo van juli 2013.

Schermafbeelding 2013-07-05 om 19.12.28

Sinds jaar en dag heeft mijn vader de sleutel van het Advendo gebouw. Hij is lid van de materiaalcommissie en rijdt af en toe de instrumenten van de senioren naar de oefenlocaties. Vroeger, toen de timbales die ik toen bespeelde zwaarder waren dan ik, deed hij dat ook al. Wat hij niet weet, is dat hij mij er ongekend populair mee maakt.

Als we met Advendo terugkomen van een optreden, duiken een aantal leden nog wel eens het gebouw in. Onder het genot van de nodige pilsjes wordt dan ge(klaagd)praat over het optreden dat die middag of avond gelopen is. Over hoe de show ging. Over hoe de muziek klonk. En over hoeveel mooie vrouwen er langs de kant stonden.

Heel lang duurt dit meestal niet, waarna iedereen huiswaarts keert. Zonder tas. Zonder Koelbox. Zonder instrument. Én soms zonder fiets. Attributen die op de heenweg wel meegingen.

Als ik de volgende morgen wakker wordt, staat mijn telefoon roodgloeiend. Ik ben gesmst, gewhatsappt en zelfs gebeld. De eerste keer dat dat gebeurde raakte ik lichtelijk in paniek. Ik dacht dat er iets aan de hand was. Iets verschrikkelijks gebeurd was.

Is er iemand overleden? Heb ik rare dingen uitgevreten na iets te veel biertjes? Is de deur van het Advendo gebouw niet goed afgesloten, waardoor dieven makkelijk binnen konden komen en al het instrumentarium –en dat is dan nog niet eens het ergste- INCLUSIEF mijn cowbell mee konden nemen?

Alle belletjes bleken te gaan om het verkrijgen van de sleutel van Advendo gebouw om hun eigen koelbox en tas op te halen. Ik fungeerde de rest van de dag als uitgiftepunt van de sleutel van het Advendo gebouw. Ik voelde me een soort fietsenverhuurder die de hele dag sleutels uitreikt en in ontvangst neemt.

Hierop heb ik wat bedacht. Iets waardoor ik de volgende keer rustig verder kan slapen, zonder dat ik in de stress raak als ik op de door mijn nichtje opgefleurde iPhone-scherm kijk.

Voortaan ligt er onder iedere kliko bij het gebouw een sleutel. Bij de tweede ingang zit er vanaf de deur gezien, twee meter naar rechts een steen los; ook daar zit een sleutel onder. En voor de echte diehards ligt er een sleutel op het dak.

Knap ik op zondagmorgen nog even een spreekwoordelijk uiltje.

Welterusten.

V.

 

 

Elfvijftig

Dit artikel is gepubliceerd in de Fortissimo van maart 2013.

Schermafbeelding 2013-04-09 om 13.04.25Acht biertjes, 230 zure matjes, vier broodjes hamburger speciaal of twee en half paar handschoentjes. Dat is wat je zoal kunt kopen van elf euro en vijftig cent. Jarenlang hebben mijn ouders dit bedrag maandelijks moeten afstaan aan Advendo als contributie. Sterker nog, mijn drie mooie zussen hadden ook een zwart-wit uniform en dat moest ook betaald worden.

Nu hebben mijn ouders niet altijd elf euro en vijftig cent betaald. Ik was al lid in de gulden tijd en voor mijn zussen kwam mijn vader wekelijks even twee zilverstukken afrekenen aan de Korte Vreugde.

Na elf en half jaar (geen geintje) vonden mijn ouders het mooi geweest. We zitten tenslotte in een diepe recessie en waar betaal je anders je tablet van? Sinds het begin van dit jaar worden er maandelijks acht biertjes van mijn rekening afgeschreven. En dat doet soms best een beetje zeer.

Mijn ouders zitten er vanaf nu warmpjes bij. Kijken hun ogen uit op vakantie websites, maken proefritjes in dure auto’s; laatst informeerden ze bij een aannemer wat het kost om de huiskamer uit te breiden met een serre.

Ik lach in m’n knuistje. Die acht biertjes en al dat lekkere eten laat ik nu staan, terwijl zij erop los gaan leven. Eten en drinken in porties waar Sonja Bakker acuut anorexia verschijnselen van gaat vertonen. En binnen niet al te lange tijd komen ze bij mij elf euro vijftig vragen. Voor een behandeling bij de diëtiste.

Moet jij eens kijken hoe snel ze mijn contributie weer willen betalen.

V.

 

Sintsolo

Dit artikel is gepubliceerd in de Fortissimo van december 2012.

Met maar liefst twaalf tamboers loopt Advendo tegenwoordig over straat. Deze zelfverzekerde heren trekken de kar, staan boven hun muziek en stralen bravoure uit. Een optreden lopen is voor deze mannen dus een eitje, laat staan een optreden in het eigen Sneek. Maar het optreden tijdens de intocht van Sinterklaas is toch altijd wel een dingetje.

Tijdens deze optocht spelen we ongeveer tien keer Sinterklaas opmars; een medley van sinterklaasliedjes die we al zo lang spelen, dat alle leden denken dat het één bestaand nummer is. Waar normaal het voltallige tamboer-bataljon speelt, is er tijdens dit nummer maar één tamboer die zijn kunsten mag vertonen. Voor Sinterklaas opmars bestaat geen partituur, dus de desbetreffende solist mag spelen wat in hem opkomt.

En dat is soms best even slikken. Wat als je je stokken laat vallen? Wat als je niet goed uitkomt en helemaal uit de maat speelt? En wat moeten die zwarte pieten daar wel niet van denken? Daar gaat je goedgevulde schoen.

Sommige slagwerkers gaan goed om met deze druk, anderen schijten zeven kleuren pepernoten.  Worden de nacht voor het optreden badend in het zweet wakker. Lijden aan marsepein-koorts en hebben last van taai-taai benen. Tijdens het optreden wordt van plaats gewisseld om maar niet aan de beurt te komen en in de pauzes worden biertjes aangeboden in ruil voor het overnemen van de solo.

Eén slagwerker wist er op deze manier bijna onderuit te komen. De tocht door de stad had hij overleefd, maar op de Korte Vreugde, vlákbij het Advendo gebouw, zetten we nog één keer Sinterklaas opmars in. De rest is geschiedenis.

Ik ben bang dat hij drieëntwintig tekeningen en een maandoogst wortelen in zijn schoen heeft moet stoppen om nog wat van die beste Sint te krijgen.

V.

Joop: ,,CD maak je alleen met goede sfeer”

Dit artikel verscheen in het clubblad van Advendo Sneek de Fortissimo van december 2012.

In de geluidsstudio van Face Sound in Lemmer wordt even niets opgenomen. Joop van der Linden is druk bezig met de voorbereidingen van de cd-opnamen van Advendo. In het opnamehok van de studio staat een proefopstelling zoals de opnameapparatuur in het Advendo gebouw geplaatst moet worden. Joop laat niets aan het toeval over.

Het is donderdagmiddag 6 december als ik Joop in zijn studio aan de Nieuwedijk in Lemmer spreek. Hij woont met zijn vrouw in een riante bovenwoning van het pand dat dateert uit de achttiende eeuw. De ruimte onder zijn huis waren vroeger werkkamers. ,,En dat zijn het nu nog steeds”, lacht Joop.

Toen hij vroeger in een band speelde, vroeg een van de leden of ze niet onder Joops huis konden repeteren. Dat leek hem een goed idee en binnen de kortste keren maakten ze de kamers geluidsdicht en repeteerden ze met de gehele band, Joop was bassist, aan de Nieuwedijk. Joop: ,,En toen kwam iemand eens met een recordertje.” De rest is geschiedenis.

De studio bestaat uit twee ‘hokken’. De eerste is de regieruimte. Hier staat alle opnameapparatuur en Joop zit hier achter de knoppen en controleert hetgeen dat in het tweede hok gebeurt: de studio. Daar staan de microfoons en dus ook de bands (of koren) die (al dan niet zenuwachtig) hun partijen spelen of zingen.

Het eerste wat je ziet als je het studiopand via het keukentje binnenloopt, is een lijst met cd’s die Face Sound heeft opgenomen. Een complete rij is gereserveerd voor een club uit Sneek. Maar liefst zes cd’s van Advendo en twee singles (mini-album) van Jong Advendo zijn er te bewonderen. Binnen niet al te lange tijd wordt daar een zevende aan toegevoegd. En daar is Joop al geruime tijd mee bezig.

Al vanaf dinsdag is hij zijn apparatuur aan het testen. In de studio staat een proefstelling zoals alles ook in de oude bestuurskamer van het Advendo gebouw ingericht moet worden. Hij test of alle microfoons het doen, controleert of alle signalen in de computer binnenkomen en of er andere mankementen zijn die verholpen moeten worden. Aan de techniek mag het niet liggen.

Daarnaast is Joop al geruime tijd bezig met een microfoonplan. Van de instructieleden van Afslag Sneek en Advendo kreeg hij tekeningen van wie waar in de zaal zit. Op die manier kan hij rekening houden met welke microfoon hij waar neerzet. ,,Bij een trompettist die vlak voor een trombonist zit, moet ik niet een te gevoelige microfoon neerzetten. Anders pakt hij de geluiden van de trombone ook op.”

Daarnaast moet Joop bepalen welke soort microfoon bij welk instrument geplaatst moet worden. Het apparaat moet de pieken en dalen van de geluidssterkte van het instrument goed kunnen weergeven. ,,Die bassdrummers van jullie kunnen zo op die slavenschepen van vroeger werken”, lacht hij. ,,Die slaan zo verschrikkelijk hard, je wordt er bang van. Daar moet je geen gevoelige microfoon tegenover zetten; die slaat gelijk dicht.”

In totaal gaan er zo’n vijftig microfoons mee naar Sneek. Daar bovenop komen nog een aantal tassen met microfoonstandaards, ruim veertig koptelefoons, de benodigde opnameapparatuur en het grote mengpaneel.

,,Vrijdagmorgen om negen uur laden we alle spullen in en rijden we naar Sneek. Daar gaan we meteen de boel opbouwen, want vrijdagavond gaat Afslag Sneek z’n eerste nummers al opnemen.” Samen met zijn assistent Robert Wardenier moet alles in een paar uur geïnstalleerd en gereed zijn voor de opnamen.

Vanaf dan neemt Joop voor maar liefst acht dagen plaats achter de knoppen in de oude bestuurskamer van het Advendo gebouw. Uur aan uur zit hij samen met een aantal mensen van Advendo –klankregiseurs- kritisch te luisteren naar wat er in de Jan de Wreede-zaal gebeurt.

Hij let op hoe er gespeeld, of er tempo gehouden wordt, een goede sfeer in de muziek zit, maar ook hoe zijn apparatuur de gemaakte muziek weergeeft en opneemt. ,,Naast de gespeelde muziek moet ik natuurlijk goed op de techniek letten. Pikken alle microfoons het geluid op? Slaan ze niet dicht?”

Als iets dergelijks gebeurt –de techniek of het muzikale spel is niet goed- moet er afgeslagen worden. Dat is voor een opnameleider vaak een moeilijke keuze. ,,Soms hoor je aan het begin van een nummer al dat het er niet inzit. Je kunt dan afslaan en overnieuw beginnen.

Meer dan eens wordt er goed gespeeld, maar niet perfect. Je moet je dan afvragen of je de boel wilt afkappen, omdat je daarmee de flow eruit haalt. Mensen worden onzeker. Het belang van het afkappen en opnieuw spelen tegenover de flow van de muzikanten moet je keer op keer tegen elkaar afwegen.”

Volgens Joop is een goede sfeer één van de belangrijkste dingen bij het maken van een opname. ,,Je hebt er niets aan als muzikanten bevend op hun stoel zitten, te wachten tot ze kunnen beginnen.”

Daarom maakt hij tijdens de opnamen en in de pauzes ook grappen en ziet hij van veel dingen de humor wel in. ,,Na afloop komen dan mensen naar me toe en zeggen ‘Zo, dat ging wel makkelijk vanavond, hé’. Dat is alleen maar de buitenkant. Ondertussen wordt er keihard gevochten om het beste eruit te halen.”

Áls er afgeslagen wordt, wordt er naast een kritische noot ook altijd opbouwende kritiek gegeven. Iets waar het korps mee verder kan. ,,Op die manier blijft het korps gemotiveerd. En dat het dan nog een keer over moet, het zij zo. Muzikanten van Advendo zijn doorbijters, heb ik in de afgelopen jaren wel geleerd.”

Als al het materiaal is opgenomen, krijgen Marc en Richard alle files mee naar huis. Zij gaan thuis de beste stukjes van alle takes van een nummer samenvoegen tot een geheel nummer. ,,Dat is anders dan we voorheen deden. Toen deden we alles hier in de studio. Dit idee komt van Theo Brens van de Blauhúster Dakkapel.”

Om kosten te besparen deed Theo deze werkzaamheden voor de nieuwe cd van de Blauhúster Dakkapel (Ouwejongens krentebroad, red.) ook thuis. Voorheen gebeurde dit altijd in de studio, omdat daar de benodigde software aanwezig was. Dat hebben Marc en Richard nu zelf. ,,Het grote voordeel is dat zij als dirigenten precies weten wat ze willen. Daarnaast kunnen ze het nu in alle rust in hun eigen omgeving doen.”

Een bijkomend voordeel is dat op het moment dat de solo’s in de studio moeten worden ingespeeld, de solist een compleet nummer op zijn koptelefoon krijgt te horen.

,,Sommige nummers waren bijvoorbeeld in zes stukken opgenomen. Als zo’n knip precies in een solo viel, moest de solo dus ook in stukken worden opgenomen. Dat was alleen maar lastig.”

Als alles in het Advendo gebouw is opgenomen en de nummers tot een geheel zijn gemaakt, wordt er een zaterdag gepland om de ontbrekende solo’s in te laten spelen door de solisten. Als ook dat klaar is, gaat Joop samen met Marc en Richard de studio in om te mixen.

Dit is niets anders dan het fine-tunen van de gespeelde muziek. Een compressor om een trompet net iets meer kracht bij te zetten. Een extra galm om de juiste sfeer te creëren. Het zijn de kleine dingen die het nummer afmaken. ,,En dat is dan ook het enige wat je eraan kunt doen. Daarom moet de muziek zo mooi mogelijk opgenomen worden. Ik bedoel, een drol kun je wel oppoetsen. Maar het blijft een drol.”

Een van de belangrijkste dingen van het mixen is de panoramaplaatsing. Dit bepaald waar je een muziekinstrument hoort. ,,Je hoort wel eens een bekkenslag van je linkerkoptelefoon naar de rechter gaan. Dat is met panoramaplaatsing gemaakt.”

Het kan zijn dat sommige partijen met elkaar wringen als ze dicht bij elkaar spelen, terwijl als ze uit elkaar in het collectief prachtig klinken. ,,Neem bijvoorbeeld een shaker en een high-hat. Als je beide aan de zelfde kant laat spelen, zul je misschien denken: ‘wat een onrustige high-hat’, omdat ze beide ongeveer dezelfde klank hebben. Haal je ze uit elkaar en smeer je ze uit over het collectief, dan kun je het onderscheid tussen beide maken en het klinkt het meteen goed.”

Voordat de cd wordt opgenomen, als de nummers er net een beetje in zitten, komt Joop ook al eens kijken bij een van de repetities. ,,Dan hoor je dat de jongens (Marc en Richard) al zoveel ervaring hebben met het opnemen van een cd, dat ze er zelfs naar componeren.”

Als ook het mixen klaar is, moet er als laatst gemasterd worden. De nummers komen op volgorde te staan, de titels worden ingevoerd (zodat je ze later kunt zien op het schermpje van je auto-radio), ieder nummer krijgt een eigen ISCC-code mee en de muziek wordt een Redbook-compatible gemaakt. Dat is het standaard formaat voor alle cd’s.

Dan is de cd klaar en wordt hij bij Sony in Oostenrijk geproduceerd.

,,Al met al een grote klus”, zegt Joop. ,,In totaal ben ik zo’n twee volle weken met de cd bezig, en dat is behoorlijk intensief. Maar het is ook mooi om met Advendo aan het werk te zijn. Met de discipline van Advendo maakte ik 28 jaar geleden al kennis en die is onveranderd gebleven.”

Joop heeft er zin in en verwacht dat er een topproduct in de maak is. ,,Als alle neuzen maar de zelfde richting in staan. Ik zeg wel eens: ‘mijn vak is 10% techniek en 90% mensenkennis. Zie de humor ervan in, zie het licht. Dan wordt het prachtig.”

V.

Get Adobe Flash player