Monthly Archives: november 2012

Fokko met de bordjes

In gedachten liep ik de supermarkt uit met een koud blikje cola. Nog voor dat ik door de automatische schuifdeuren liep, trok ik hem open en lurkte hem in een keer leeg. In werkelijkheid lag ik met een dekentje op de bank met hoge koorts en een keelontsteking waar je u tegen zegt.

Ruim anderhalve week heb ik ziek op bed (en bank) gelegen en kon ik niets normaal doorslikken. Ik heb geen idee wat je voelt als je een glas zoutzuur achterover slaat, maar hetgeen wat ik voelde als ik de moed verzameld had om een slok drinken te nemen en door te slikken moet in de buurt komen.

Het ziek zijn begon eigenlijk woensdag al. Die avond stond O.N.S – AJAX op het programma en de Útlopers waren uitverkorene om dit spektakel muzikaal op te luisteren. Ziek of niet ziek, daar moest ik bij zijn. En dat had ik achteraf beter niet kunnen doen.

Bevend als een rietje kwam ik thuis en na een lange warme douche verdween ik –voor wat achteraf blijkt- anderhalve week in m’n bed. Hierdoor moest ik de wedstrijd Sneek Wit-Zwart – AZ missen. Stiekem had ik nog de hoop om zaterdag wel naar het afscheid van de Blauhúster Dakkapel te kunnen, maar in de nacht van vrijdag op zaterdag ging het mis.

Maarliefst negen maal mocht ik het teiltje vullen. Dit had tot gevolg dat ook het praten er niet meer in zat. Als een toerist in een vreemd land probeerde ik met handen- en voetenwerk duidelijk te maken dat ik wat te eten wilde, de kachel te warm stond of m’n bier lauw was. (geintje)

Ook schreef ik dingen op als ik het niet goed kon duidelijk maken. Op de dag dat de Blauhúster afscheid nam, voelde ik me een soort ‘Fokko met de bordjes’.

Door het vele liggen had ik dermate last van mijn rug gekregen dat ook liggen geen optie meer was. Alleen zitten en lopen als een oude man met een baard en een mijter behoorde nog tot de mogelijkheden.

De volgende dag haalden we een antibioticakuur bij de huisartsenpost in het ziekenhuis en de dag daarna keek onze eigen huisarts er nog eens naar. Lekker dat kuurtje afmaken en rust nemen, luidde het advies.

En dat was makkelijker gezegd dan gedaan. De kuur zag eruit als een lekker zoet, smaakvol goedje. Waar het daadwerkelijk naar smaakte is niet goed te omschrijven, maar volgens mij is het te vergelijken met bedorven limonadesiroop in combinatie met citroensap. Maar liefst een halve liter, driemaal daags een dopje van 20 milliliter, heb ik achterover geklokt.

En iedere keer als ik zo’n dopje tot mij nam, dacht ik aan dat koude blikje cola. Een heus luchtkasteel. Nu ik weer beter ben, heb ik het drinken van cola tot hobby verheven. Maar het meemaken van het laatste optreden van de Blauhúster Dakkapel blijft een luchtkasteel.

V.

Elke dag jonge vent met eten

Dit bericht is gepubliceerd in de Leeuwarder Courant van vrijdag 6 april.

Vijfitg jaar lang brengt Tafeltje-dek-je in Leeuwarden maaltijden rond. Maar de mensen van deze organisatie doen meer dan dat.

In de ontvangsthal van serviceflat Nijlânstate wachten vijf heren. Daar worden de maaltijden voor Tafeltje-dekje bereid waarna zij ze gaan rondbrengen. Per week worden 80 mensen in Zuid-Leeuwarden voorzien van een warme maaltijd van Tafeltje-dek-je.

Woensdag staan er 22 op het programma, die door drie groepjes van twee rijders worden verspreid. Routeleider Tom van der Meulen rijdt samen met Roelof Gort een route met tien adressen.

Precies vijftig jaar geleden verstrekte Tafeltje-dek-je Leeuwarden de eerste maaltijden aan zelfstandig wonende ouderen, zieken of gehandicapten die niet in staat zijn zelf te koken. Sindsdien hebben de vrijwillige rijders van de maaltijdvoorzieningservice ruwweg 300.000 maaltijden bezorgd.

Bij het Prins Clausplein stoppen de mannen. Ze halen een aantal maaltijdboxen uit de kofferbak en lopen de serviceflat binnen. Ze zetten de box bij de deur of ze scheppen de maaltijd bij de mensen op een bord.

De klanten zijn blij met hun warme maal. Ook vinden ze het gezellig dat er op die manier elke week iemand langskomt om even een praatje mee te maken. ,,Iedere week een jonge vent aan de deur, wie wil dat nou niet?”, zegt Mientje Vrieswijk (86) lachend.

Sommigen zijn kritisch op hun maaltje, weet Tom. ,,Door een wisseling van keuken krijgen ze behalve Hollandse pot ook ander eten als bijvoorbeeld Londonderrysoep. Daar moeten ze dan even aan wennen.”

Tafeltje-dek-je heeft ook een signalerende functie, zegt Roelof Gort. Door iedere keer een praatje te maken, krijgen de bezorgers een indruk van hoe het met de klant gaat en kunnen ze een oogje in het zeil houden. ,,Vorig jaar ontdekten we bij het brengen van het eten dat de vorige maaltijdbox nog onaangeraakt bij de deur stond. We seinden de thuiszorg en familie in, die de bewoner verward aantroffen.”

Het rondbrengen van tien maaltijden kost ongeveer een uur. Tijdens de ritjes tussen de adressen praten de twee bezorgers over de klanten bij wie ze hun maaltijd hebben gebracht. Zo was er een niet zo tevreden; hij had liever een stukje koolvis dan een hamlapje. Een ander had een nieuw orgel. Van der Meulen: ,,Ik heb er ook nog even achter gezeten.’’

Als laatste komen ze bij Geertje van der Molen. Zij laat steevast de sleutel in de voordeur zitten, zodat de mensen van Tafeltje-dek-je niet aan hoeven te bellen.  Gort schept de bonenschotel en de aardappelpuree op een bord en het toetje in een kommetje. Op de tafel ligt al een placemat klaar. Hij zet het eten op tafel en neemt het ‘verlanglijstje’ voor de volgende week mee. Geertje Van der Molen lacht. ,,Wat een service.”

Schoolklas op stage bij verslaggevers van NOS

Dit bericht is gepubliceerd in de Leeuwarder Courant van maandag 2 april.

DRACHTEN – Wanneer is iets nieuws en hoe komt dit bij de mensen? Havo 4 van het Drachtster Lyceum ging in de leer bij ‘NOS on Tour’.

Onder begeleiding van internet-, radio- en tv-verslaggevers bedenken de kinderen nieuwsonderwerpen, die ze daarna zelf filmen of opnemen. ,,Als een Drachtster tegen een lantaarnpaal rijdt, komt het dan in het Acht Uur Journaal?”, vraagt begeleider Willeke Eichhorn van de NOS aan de klas. ,,Nee, want dat gebeurt hier iedere dag”, grapt een.

De videoploeg kiest voor een onderwerp over zangeres Iris Kroes, oud-leerlinge van de school. Haar tekenleraar komt voor de camera. Sanne Roukens (15) is de cameravrouw van dienst, Freek Hogendorp (17) stelt de vragen. Na vijf uren is het video-item af. De eindproducten zijn eind deze week te bekijken op www.nos.nl/ontour.

‘Kermiskind’ neemt afscheid

Dit bericht is gepubliceerd in de Leeuwarder Courant van donderdag 29 maart.

LEEUWARDEN – Hij noemt zich- zelf ‘kermiskind’ en ‘manusje van alles’. Na veertien jaar gaat Johnny Kooistra, beheerder van het Kalverdijkje, met de vut.

Twee jaar werkte Kooistra in de horeca van sportcomplex het Kalverdijkje toen de functie van beheerder vrij kwam. Hij reageerde en werd prompt aangenomen. Sindsdien zorgt hij dat het complex netjes blijft. En af en toe neemt hij de kinderen onder zijn hoede die met hun school komen sporten. ,,Soms kan de leraar het even niet meer aan. Dan spring ik wel eens even bij”, zegt hij.

En de kinderen zijn maar wat blij met hem. Ze staan hem soms bij de deur al op te wachten en maken graag praatje of een geintje met hem. Kooistra geniet daarvan. Hij heeft een goede band met iedere klas en docent, vertelt de beheerder. Die populariteit heeft hij vooral te danken aan zijn werk op kermissen en dorpsfeesten.

Ruim veertig jaar was hij bij die gelegenheden het middelpunt met zijn draai- en zweefmolen in Leeuwarden en omstreken. ’s Middags draaide hij muziek met zijn draaiorgel, ’s avonds klonk er hip-hop uit de luidsprekers voor de oudere kinderen.  Al tijdens het opbouwen van zijn attractie trok hij veel bekijks. ,,Kinderen zeiden dan niet: ‘daar komt de draaimolen!’ maar ‘daar komt Johnny!’. Prachtig vond ik dat.”

Het kermisgevoel zat er al vroeg in bij Johnny. ,,Ik ben een echt kermiskind. Ik werd in Oranjewoud geboren op tweede paasdag tijdens de paaskermis.” Tijdens zijn werk als beheerder van het Kalverdijkje was hij vooral manusje van alles. Kapotte lampen? Zo gepiept. De sporthalvloer in de was? Hij draait er zijn hand niet voor om. Maar ook dingen die niet per se om aandacht vroegen, werden door hem aangepakt.

Voor een aantal podiumstukken bedacht hij een systeem waardoor ze doormiddel van twee kokertjes en een pen aan elkaar bevestigd kunnen worden. Een werkje dat vroeger een half uur en zeventig schroeven kostte.  Voor de basketbalstellages van basketbalvereniging ARIS maakte hij houten blokken met ronde gaten waarin de poten van de stellage geplaatst kunnen worden. Zo kan die niet meer schuiven als er gedunkt wordt. ,,Inmiddels hebben andere basketbalverenigingen dat al van me afgekeken.”

Kooistra is niet bang dat hij zich zal vervelen nu zijn vertrek aanstaande is. Zo wil hij nog een podiumstuk voor de sporthal maken en is hij bezig zijn draaiorgel, dat bij de draaimolen hoort, te restaureren. Hij kocht een aantal oude beelden van rond 1900 die hij erin wil zetten.

,,Ik ben eens de tijd vergeten tijdens mijn werk aan het draaiorgel. In de veronderstelling dat het elf uur was keek ik op mijn telefoon. Het was drie uur in de nacht. Om half zes ging de wekker weer.” Maar afzeggen deed hij nooit.

Op 9 april, tweede paasdag, zwaait de goedlachse Kooistra af. ,,Bijzonder, toch?”

Get Adobe Flash player