Monthly Archives: oktober 2012

Koffieleutjes

Van een klasgenootje had ik gehoord dat ze bij de Albert Heijn aan het Sint Antioniusplein in Sneek nog mensen zochten om de vakken te vullen. Ik vulde een sollicitatieformulier in en leverde die in bij de klantenservice. Niet wetende dat ik drie dagen later de collega was van degene die mijn formulier in ontvangst nam. Op 1 mei 2007, ik was net vijftien, begon ik met werken bij Albert Heijn.

En dat begon meteen lekker. Op mijn eerste dag kreeg ik vragen van klanten, die stuk voor stuk even moeilijk waren omdat je simpelweg de winkel nog niet kende. Zo vroeg een iets te dikke vrouw van –ik gok- over de vijftig naar Koffieleutjes. Ik had werkelijk geen idee wat ze bedoelde en verlegen probeerde ik uit te leggen dat ik die dag voor het eerst mijn blauwe Albert Heijnjasje aanhad en me net in mijn duim had geprikt bij het opspelden van mijn naamkaartje.

Vrouw Leut keek me vragend doch boos aan. ,,Die van de reclame, die koekjes.” Na vijf minuten zoeken bleek het om nieuwe koekjes van Peijnenburg te gaan die Albert Heijn nog niet in het assortiment had. Teleurgesteld vertrok de vrouw, langs de schoonmaakmiddelen richting de kassa om af te rekenen. ,,Dat onwetende, jeugdige personeel van tegenwoordig”, ik hoor het haar zeggen tijdens het avondeten met haar man, met tikkende staartklok op de achtergrond.

In de afgelopen vijf en half jaar heb ik bijna alle afdelingen, de vers- en broodafdeling uitgezonderd, mogen bezetten. Ik vulde vlees, zuivel, groente, voorverpakte kaas en houdbaar en ik heb zelfs nog vier dagen achter de kassa gezeten. Aan het gevoel dat er zeven mensen voor je in de rij staan terwijl jij de kassa niet meester bent, heb ik echter nooit kunnen wennen.

De laatste twee jaar van mijn tijd bij Albert Heijn was ik op zaterdagochtend Kwaliteitsmedewerker. Dat is een duur woord voor iemand die de vloer dweilt, de temperatuur van de koelingen controleert en bovenal pérfecte koffie zet in de kantine. Het zwaarste aan deze taak was dat het vanaf ’s ochtends zeven uur moest worden uitgevoerd. Een biertje op de vrijdagavond zat er dus niet meer in.

In mei van dit jaar kreeg ik mijn laatste contractverlenging. Dat leek verweg, maar binnen de kortste keren was het zover. Op donderdag 1 november werk ik exact vijf en half jaar bij de blauwe grootgrutter. En daar ben ik best trots op. Ik heb het naar mijn zin gehad met de collega’s, het werk en de (vaste) klanten. Natuurlijk waren er wel eens mensen die ik met hun hoofd in de koeling tussen de halfvolle geitenmelk en de gepasteuriseerde chocolademelk wilde drukken. Natuurlijk kreeg ik wel eens klusjes waarbij ik dacht: ‘zie ik eruit als Harry Piekema?’. Wat overheerste was de lol en de goede contacten met collega’s.

Maandagavond haalde ik voor het laatst mij naamkaartje van mijn jasje en smeet ik het tenue in de lege aardappelcontainer. Ik haalde mijn postvakje leeg, en ontdekte zowaar een verharde suikerwafel met een houdbaarheidsdatum van 18 september 2009. Ook stapels ongeopende loonstrookjes en nieuwsbrieven uit 2008 gingen mee naar huis.

Ik ben blij dat ik zolang bij deze mooie Albert Heijn heb mogen werken. De Albert Heijn die staat op de plek waar vroeger het ziekenhuis stond, en ik geboren ben.

Gewoon bij Albert Heijn. Maar dan wél Sint Antoniusplein.

V.

Youngblood Brass Ensamble

Stiekem probeerden we een nummer van ze te spelen, luisterden we naar de cd’s en verbaasde we ons over hoe geweldig de muzikanten van de Youngblood Brass Band samen kunnen spelen. Afgelopen donderdag stonden ze in Club Vera in Groningen, een klein zaaltje waar het geluid van deze tienkoppige band als een gek tussen de vier muren stuiterde.

Met bijna alle Útlopers, een groot gedeelte van de Putkapel en een aantal mensen van Advendo hadden we een groot aandeel in de zaal. Als voorprogramma van de band uit Amerika speelde het Broken Brass Ensemble; een piepjonge brassband uit Leeuwarden. Een half uur lang warmde ze het publiek geweldig op.

Om iets over tienen komen de mannen van de Youngblood het podium op. Allemaal hebben ze een microfoon voor hun staan (bij de sousafoon is er zelfs een in de beker geplakt) maar naar mijn idee was dat niet eens nodig geweest. Wát een sound.

Ze spelen pakkende blaasmuziek en begeleiden zo nu en dan een rap, dat wordt gedaan door de snare drummer die dan z’n trommel afzet en zich ontpopt tot een soort Eminem. Over deze snare drummer gesproken, de beste man speelt dingen die niet te begrijpen zijn. En dat geldt voor de hele slagwerksectie.

Ze spelen accenten op onlogische plaatsen, slaan over de maatsoort heen en spelen soms met één hand dingen waar menig slagwerker met twee handen moeite mee heeft. Sommige breaks zijn niet te volgen en denk je: hier komen ze muzikaal niet uit. Twee maten verder klopt het toch precies en wordt de volledige machine die Youngblood heet weer in gang gezet.

Blazers spelen de hoogste noten en verspreid over de hele avond heeft iedereen wel een keer gesoleerd. Af en toe met een valse noot of een slecht loopje, maar dát is juist de charme van dit soort bands. Ruim een uur en een kwartier geven ze alles wat ze in zich hebben en gaan stuk op hun eigen muziek.

Om kwart over elf verlaten ze het podium en schreeuwt het publiek –een man of 250- om Brooklyn, een van de bekendste nummers van de band. Ze keren terug, nemen hun plaats in en met een harde knal op de snare drum wordt het nummer ingezet. Dit is waar de zaal op had gewacht. Ze spelen nummers van hun aankomende album, recente werken, maar pas bij Brooklyn – afkomstig van een album uit 2003- gaat iedereen pas echt uit z’n plaat.

Hierna gaan de lichten aan en zakt het aantal decibels in de zaal. Een aantal bandleden komen nog eenmaal het podium op. Ze verkopen shirtjes, cd’s en posters.

Uiteraard komen ook wij niet met lege handen en geven een Útlopers sticker. De snare drummer plakt hem op de bassdrum.

Het mooiste aan deze avond vond ik om te zien hoe deze mensen musiceren, zowel de Youngblood Brass Band als het Brokenbrass Ensamble. Ventielen razendsnel afwisselen. Als een gek aan hun trombone schuiven en de meest ritmische ritmes slaan op de slagwerkinstrumenten. Stuk voor stuk mensen die hun instrument meester zijn en het bijna opvreten. Heerlijk.

V.

Een kort voorbeeldje de van de break-hoogstandjes van de slagwerksectie.
Slagwerk Youngblood Brass Band

#Operatiezwaan

Voor het eerst in tijden bond ik donderdag de hardloopschoenen weer eens onder. De afgelopen zomer heb ik meer vet gegeten dan hardgelopen en dat begin ik te merken. Op mijn telefoon zette ik de app SportsTracker aan, die mijn loopafstand, -snelheid en –ritme bijhoudt.

Nog voordat mijn app één kilometer kon noteren, zag ik aan de linker kant een zwaan op eén poot staan. Zijn vleugel hing erbij alsof hij geen idee had hoe hij het ding naast z’n lichaam moest krijgen. Het beest pikte in zichzelf en om hem heen zag het wit van de veren.

Ik besloot om door te rennen en als hij er op terugweg nog steeds zat, de dierenambulance te bellen.

Na een kleine acht kilometer rennen, kwam ik terug op het punt waar ik begon en het beest zat er nog. Nog steeds op een been. Nog steeds met z’n vleugel half opengeklapt.

,,O, die zit er al maanden”, zei de mevrouw aan de andere kant van de telefoon toen ik de dierenambulance belde. ,,Maar als we komen, springt het beest het water in en krijg je hem nooit te pakken.” Ze besloot er toch melding van te maken en na een kwartier arriveerde de dierenambulance (met zwaailichten!). Operatie zwaan was gestart.

Een man en een vrouw stapte uit. Ze deden hun jassen uit. ,,Ze kunnen nog wel eens schrikken van de felle kleuren.” Het leek te helpen. Voorzichtig sloop de vrouw –gewapend met een net aan een stok- richting de gewonde zwaan. Het beest kreeg haar in de smiezen en wilde vluchten. Hij strekte z’n nek, sloeg zijn –kapotte- vleugels open en probeerde weg te rennen. Wát een gevaarte. De vrouw gooide haar net uit en het dier zat gevangen. ,,Wat een timing, ik heb hem!”, riep ze euforisch.

Samen met haar collega deed ze het beest in een soort handtas. Ondertussen was de stress de zwaan te veel geworden en poepte de broekspijpen van de vrouw er onder.

,,We gaan direct met hem naar de dierenarts”, zei de man. ,,Wat is de kans op overleven?”, vroeg ik nog. Mijn eerdere ervaring met de dierenambulance in combinatie met een zwaan was met trieste afloop. Deze werd door een van de ambulance-medewerkers zelfs een Japanse legpuzzel genoemd. Een kort ,,geen idee” kreeg ik als antwoord.

Ze laadden de zwaan in een grote bench achter in de auto en reden weg. Weg naar een opgelapte vleugel. Of een funeste prik in de hals. Wie zal het zeggen?

Mochten de mensen van de dierenambulance dit lezen en weten hoe het afgelopen is, dan lees ik dat graag als reactie onder dit artikel.

Sorry zwaan, voor de stress die ik je bezorgde. Maar ik had het beste met je voor.

V.

Schrijven met kunstwerken

Dit bericht is gepubliceerd in de Leeuwarder Courant van maandag 26 maart.

Kate Schlingemann (1958) is gefascineerd door taal. Onlangs werd ze tweede bij de Turing Nationale Gedichtenwedstrijd.

Op de zolderkamer van haar boerderij in Hartwerd tekent en schildert Schlingemann illustraties voor haar teksten. Door het hele huis liggen schriften zodat ze, als er iets in haar opkomt, het meteen op kan schrijven. De Haagse woont sinds tien jaar samen met haar man en twee zonen in het Friesland.

Vanaf het moment dat Schlingemann kon lezen, is ze gefascineerd door alles wat met taal te maken heeft. Voor haar zijn letters daarom ook niet gewoon letters, maar tekeningen. Op zichzelf staande kunstwerken waarmee eindeloos gevarieerd kan worden. Het eerste woord dat ze kon lezen was ‘kat’, de eerste drie letters van haar naam.

,,Op dat moment viel het kwartje. Een wereld ging voor me open. Alles kreeg een betekenis. Ik ging ook alles lezen. Uithangborden, teksten op huizen; ineens was alles te begrijpen. Voordat je kunt lezen, denk je alles in beelden. Het spelen met taal en beeld, en vooral in die combinatie vind ik prachtig.”

Ze schreef zes kinderboeken en veel (jeugd)gedichten. Van ‘Mats en de Moedmannetjes’, een verhaal over een jongen die met behulp van Moedmannetjes zijn angsten overwint, is zelfs een dansvoorstelling gemaakt. Schlingemann interpreteert woorden en uitdrukkingen op een letterlijke manier zodat ze een hele andere betekenis kunnen krijgen.

Zo is ook het gedicht ‘Bemoeizorg’ ontstaan, dat ze inzond naar de Turing Nationale Gedichtenwedstrijd. Kate krijgt vanuit haar werk in de zorg geregeld vragenlijsten onder ogen van allerlei instanties. De abstracte manier van vragen stellen zette haar aan het denken.  ,,Het gedicht gaat over de bureaucratie van instanties die alles van ons willen weten.”

Door teksten en uitdrukkingen uit de context te halen, verandert de betekenis van de tekst. ,,Daardoor kan zelfs een beleidsplan van de gemeente pure poëzie worden.”

Daarnaast haalt ze inspiratie uit het constant stellen van vragen. ,,Op dit moment wordt er een prentenboek geïllustreerd over een paard dat een kudde zoekt. Het idee kreeg ik door het zien van een paard dat steeds alleen in de wei stond.”

Haar prentenboeken worden geïllustreerd door anderen. Dat kan ze zelf niet omdat ze vindt dat ze niet buiten haar verhalen om kan denken. ,,Als ik het zelf teken, vertellen die tekeningen hetzelfde verhaal als de tekst. Dat is niet de bedoeling. De illustraties zijn juist bedoeld om een andere kijk op het verhaal te geven. Een buitenstaander heeft het verhaal niet zien ontstaan en maakt de illustratie zoals zij zich het voorstelt.

Bij haar jeugdgedichten maakt ze wel tekeningen. Die schildert ze op kleine paneeltjes waar de illustraties als decor voor de tekst dienen.

Kate is geregeld te vinden op basisscholen waar ze workshops met verhalen gedichten geeft aan de kinderen. Ze leest voor, praat over de teksten en laat de kinderen spelenderwijs hun eigen gedichten maken. En ook hier haalt ze inspiratie uit.

,,Een kind vroeg mij eens: ‘Hoe lang duur ik nog eigenlijk?’. Hij bedoelde te vragen hoe lang het leven duurt. Die manier van vragen vond ik zo mooi, dat het resulteerde in het gedicht ‘Hoe lang duur ik nog ongeveer’, een verhaal over een superheld die andere beesten redt.”

Bij haar tweede prijs hoort een geldbedrag van €1500. Dat geld wil ze gebruiken om haar prentenboeken te ,,ver-appen”. ,,Ik zou het leuk vinden als mijn prentenboeken als e-book of als app op tabletcomputers verkrijgbaar zijn. De interactiviteit die je kunt toevoegen is een verrijking voor mijn bestaande werk.”

‘Bassen bouwen is beeldhouwen’

Dit artikel is gepubliceerd in de Leeuwarder Courant van maandag 26 maart.

Zijn basgitaar klonk te wollig. Dat moest beter. Herman Mulder (45) uit Siegerswoude nam de beitel ter hand.

In 2009 begon hij zijn bedrijf Mulderbass. Sindsdien bouwt hij enkele basgitaren per jaar. Ze liggen in de prijsklasse van €1200 tot €2000. Echter, de prijs zegt niet alles over het geluid van zo’n instrument. ,,Als een goedkope bas precies het geluid heeft dat jij zoekt, is het een goede.”

Al vijftien jaar speelt Mulder in verschillende metalbands. Over zijn oude basgitaar, een Ibanez, was hij nooit tevreden. Het geluid was te wollig en ongedefinieerd. Omdat hij geen bas kon vinden met precies het geluid dat hij wilde, besloot hij in 2004 er zelf een te bouwen.

Een gitaar bestaat grofweg uit drie delen, namelijk de body (waar de snaren aangeslagen worden), de hals (waar de toonhoogte bepaald wordt) en de kop (waar de snaren in de stemmechanieken zitten). Mulder, van origine webtekstschrijver, kocht de half via internet. De body maakte hij zelf. Tijdens het bouwen van zijn eerste instrument werd hij verliefd op het vak. ,,Het maken van een basgitaar is niet zomaar wat. Het is beeldhouwen. Kunst”, vindt Mulder.

Voor zijn Mulderbass-modellen gebruikt hij verschillende soorten hout. Op dit moment bouwt hij aan een bas met een body van zebrano, walnoot en populier. De toplaag is van een zebrano, een harde houtsoort die tegen een stootje kan. Walnoot geeft een fijn diep geluid. Populier, een lichte houtsoort, is gekozen uit praktische overwegingen. ,,De basgitaar moet natuurlijk wel te dragen zijn. “

In een complete basgitaar zit ongeveer honderd uur werk. Het bouwen van een ‘persoonlijke’ bas is voor hem de grootste motivatie. Het design en het gebruik van de verschillende soorten hout kunnen precies afgestemd worden op de wensen van de muzikant. Een bredere hals voor grote handen? Een lichte body voor iemand met rugklachten? Alles is mogelijk.

Dit vergt wel de nodige kennis van de materialen. Dat is volgens Mulder een van de moeilijkste aspecten van het bouwen. ,,Als een klant een bepaalde klank wil, moet ik bedenken met welke houtsoorten ik dat kan bereiken. Voor ieder onderdeel van een bas zijn tientallen soorten hout mogelijk. Dat leer je niet in een paar weken.”

Om die kennis te vergaren, draait hij eén dag in de week mee bij Rikkers Gitaarbouw in Groningen. Mulder is een muzikale allesvreter, van metal tot jazz. Het is nog net niet zo ver dat hij niet meer normaal kan luisteren. ,,Ik kan er nog wel naar luisteren zonder constant op de kwaliteit van de basgitaar te letten, maar het heeft uiteraard wel mijn interesse.”

Get Adobe Flash player