Monthly Archives: juli 2012

Kraamhulp runt twee huishoudens

Dit artikel is gepubliceerd in de Leeuwarder Courant van maandag 23  juli.

Klasien de Boer runt constant twee huishoudens. Thuis en als kraamverzorgende bij kersverse ouders.

Vincent Schutte

SNEEK – Twee maal per dag de wasmachine, twee keer per dag stofzuigen en als klap op de vuurpijl twee keer per dag koken. Op sommige dagen doet Klasien de Boer uit Dearsum alles dubbel. Als kraamverzorgende bij Kraamzus helpt ze in gezinnen waar een kindje geboren is. En dat is flink aanpoten.

Tijdens de eerste acht dagen na de komst van het kind neemt ze het huishouden van het gezin op zich. Eerst acht uren per dag, later nog maar drie.  Ook helpt ze bij het voeden en verzorgen van het kind. Alles om het de kraamvrouw zo makkelijk mogelijk te maken. ,,De kraamvrouw en haar kind moeten elkaar in alle rusten leren kennen.”

Tijdens de acht dagen probeert Klasien de ouders zoveel mogelijk te leren. Vooral het aan- en uitkleden van de baby vinden ouders van een eerste kind lastig. ,,Ze zijn bang het kind iets aan te doen. Vooral het hoofdje vinden ze eng.”

Ook het regelen van bezoek moet voor jonge ouders vaak wennen. Soms moet Klasien blije opa’s en oma’s of nieuwsgierige buurvrouwen buiten de deur houden. Ze lacht: ,,Dan zeg ik dat de kraamvrouw nét op bed ligt.” Bij gezinnen waar meerdere kinderen zijn, gaat veel zorg naar de oudere kinderen. ,,Ik ga bijvoorbeeld met ze naar de speeltuin.”

Vandaag heeft Klasien haar achtste en dus laatste dag bij Astrid Schutte. Zij is vorige week bevallen van haar dochter Lynn. Zij kwam ietwat vroeg en was vrij klein. De afgelopen dagen is goed in de gaten gehouden of het kind wel voldoende groeide. Iedere dag wordt Lynn gewogen. ,,Baby’s vallen de eerste dagen altijd flink af, maar dat moet binnen de grens van 10% van het geboortegewicht blijven. Binnen twee weken moet het kind weer op geboortegewicht zijn.”

Voor Astrid is het een spannende dag. Na acht dagen hulp moet ze het vanaf morgen helemaal zelf doen. Klasien heeft er alle vertrouwen in. ,,Ze leert snel.” Soms komt het voor dat ze er geen vertrouwen in heeft. Dan belt ze haar leidinggevende en probeert ze een dag of twee dagen extra te blijven. ,,Ik ga nooit weg als het gezin er nog niet klaar voor is.”

Terwijl Astrid druk bezig is met het voeden van Lynn, loopt Klasien driftig door het huis. Het aanrecht wordt afgenomen en de tafel opgeruimd. Ook de wasmachine wordt aangezet.

Als ze thuiskomt, wacht haar hetzelfde klusje. Klasien lacht: ,,Maar vanavond doet mijn man de was.”

Een hele week van huis

Een hobby als Advendo kost veel tijd. Soms wordt er meer dan drie keer in de week gerepeteerd en dan staan er in het weekend meestal ook nog optredens op het programma. Het is een bezigheid dat veel tijd vergt. Advendo is een mooie club, maar er zijn natuurlijk momenten dat het je neus uitkomt als je op een koud, guur veld staat te oefenen.

Om prestatie af te wisselen  met plezier organiseert een viertal mensen, naast de vele kleine dingen die door de jaren heen georganiseerd worden, een kampweek voor alle jeugdleden. Ruim 150 kinderen met een leeftijd tussen 8 en 16 jaar gaan mee naar het Gelderse Putten. De instrumenten blijven thuis en er wordt louter plezier gemaakt.

De kinderen worden voor een week ingedeeld in groepen. Met deze groep verzinnen ze  van te voren een groepsnaam, maken ze groepskleding, een yell en verzinnen ze een act voor de bonte avond. Ook de overige groepen, zoals het barteam, de keukenstaf, het han & span-team en de reporters doen dit.

Ook ik was dit jaar aanwezig. De afgelopen vijf edities ging ik mee als deelnemer (in de groepen De Mannuh, de Pitbulls, T-birds, The brothers de Kampers), ditmaal mocht ik de week verslaan als reporter met het reportersteam van Flashing Four. (Deze groepsnaam is in 2004 bedacht voor de kampweek en is inmiddels een goed draaiend mediabedrijf)

Tijdens alle spelavonden, fietstochten en sportmiddagen doken we er met de camera bovenop om mooie beelden te maken en interviewtjes te houden. Maar dan wel met een knipoog. Iedere nacht draaiden we ook een klein krantje (de Uitputter) in elkaar dat de kinderen iedere ochtend tijdens het ontbijt konden lezen en maakten we een kampjournaal dat na het eten werd laten zien.

Het was voor mij de eerste keer dat ik in een begeleidingrol zat. Vanaf die plaats is nog duidelijker te zien hoe fantastisch de kinderen het vinden en hoe professioneel alles geregeld is. De kampleiding is langer dan half jaar bezig geweest om het voor te bereiden en kinderen nemen op woensdagmiddag met krokodillentranen afscheid van elkaar.

Ik heb genoten van alle mensen die deze week mogelijk maakten. Het zijn weken waar over tien jaar nog over gepraat wordt, weet ik uit ervaring. Advendo weet prestatie en plezier op een goede manier af te wisselen en dat is onwaarschijnlijk belangrijk voor een zware, tijdrovende hobby als deze.

V.

De Uitputters van zondag, maandag, dinsdag en woensdag.

Kampjournaal van zondag

Kampjournaal van maandag

Kampjournaal van dinsdag

Kampjournaal van woensdag

Wereld Motivatie Concours

Dit artikel is gepubliceerd in het clubblad van Advendo Sneek de ‘Fortissimo’ van juni 2012.

Heel af en toe geef ik er aan toe. Dan haal ik de DVD van het WMC  van 2005 of 2009 uit de kast, blaas het stof eraf en stop hem in de dvd-speler. Gewoon om dat onbeschrijfelijke Advendo gevoel even te voelen. Én om te lachen om hoe de mensen er een paar jaar geleden uitzagen.

Bij deze dvd’s zit namelijk een dvd met beelden van de voorbereiding voor het WMC. Geweldig om te zien. Zo was half Jong Advendo in de overtuiging dat een brede broekspijp mooi was en afgetrapte nike’s heus heel stoer waren. Ook om de lengte van alle mensen moet ik vaak grinniken. Zo verzoop ik zeven jaar geleden door m’n timbales en was tamboer-maître Benjamin net zo groot als z’n maîtrestok. Letterlijk.

Naar de beelden van de optredens kan ik nog steeds niet normaal kijken. Hoewel ik de afloop uiteraard al ken, gaat mijn hart tekeer als een koe die na een winter met strenge vorst eindelijk weer naar buiten mag. Mijn hart maakt een koeiendans in het kwadraat. Het is een soort onderbuik gevoel, dat optreed als je iets niet zeker weet. Zo’n Ojee-als-dit-maar-goed-komt gevoel.

Misschien heeft te maken met het feit dat voor die twaalf minuten zo verschrikkelijk veel getraind is.

De dvd’s van het WMC zijn tevens een goed medicijn tegen een gebrek aan motivatie. Nou moet ik toegeven dat het hem daar wel eens aan ontbreekt bij mij. M’n benen blijven soms aan de grond alsof er kauwgom onder m’n zolen zit en soms druk ik roffeltjes weg waar de honden van de instructie geen brood van lusten. Nou is tweemaal daags na de maaltijd een beetje overdreven, maar eenmaal in het half jaar doet wonderen.

Wat opvalt aan zo’n WMC, is dat de tijd ontzettend snel gaat. Om de vier jaar lijkt lang, maar voor je het weet zit je er met nek en schouders in. De voorbereiding voor het WMC van 2013 is bijvoorbeeld nu alweer begonnen. Een aantal weken geleden werden de plannen aan de senioren gepresenteerd. En ook dat is zo’n motiverend moment.

Nieuwe muziek, een nieuwe show, de cd-opnamen in het vooruitzicht en een zaal vol mensen die allemaal exact dezelfde gedachte hebben: komend jaar wordt geweldig en we gaan er alles aan doen om een show neer te zetten waar iedereen sprakeloos van wordt.

Tegelijkertijd vind ik het fascinerend. Een ploeg mensen die zich een jaar lang helemaal uit hun naad trainen met maar één doel: het WMC winnen. Een jaar lang wordt er getraind voor 12 minuten in Kerkrade. Een veel gehoorde uitspraak is: ,,Je doet het natuurlijk ook voor de taptoes die voor het WMC zijn.” Onzin.

Dat is helemaal niet zo. De optredens voor het WMC worden gezien als oefening. Het draait enkel en alleen om het WMC. Dat maakt de deceptie groot na een verlies, maar de vreugde ongekend groot na een dikke overwinning.

Het WMC moet daarom gezien worden als een eindtoernooi zoals dat voor een voetballer een EK of WK is. De afloop van het afgelopen EK kennen we natuurlijk allemaal. De cover van dit blad doet vermoeden dat de rondvaart door de grachten van Amsterdam net achter de rug is. Dat is helaas niet zo.

Over de reden van het slechte spel van het Nederlands elftal wordt gespeculeerd. Bepaalde spelers zouden elkaar niet kunnen luchten of zien en er zouden ego’s in de groep zitten die meer met zichzelf bezig waren dan het groepsbelang en het uiteindelijke doel: het winnen van het Europees Kampioenschap.

Nu weet ik dat voetbal en muziek appels met grapefruits vergelijken is, maar de sfeer tijdens de voorbereiding en de uitvoering is wel van de zelfde aard. Iedereen moet willen doen wat hij kan om een goede prestatie op de mat te leggen. En de afgelopen WMC’s heeft het daar volgens mij niet aan gelegen.

We sloten de presentatieavond af met een feestje, waarop gegeten en gedronken werd. En gepraat. Heel veel gepraat over alle ideeën die waren gepresenteerd.

Op zulke momenten besef ik weer waar ik het voor doe. Voor dat Advendogevoel. Het willen winnen. Het willen presteren. Het willen verbazen. Ik kan niet wachten tot het WMC-spektakel losbarst.

En over drie jaar pak ik de DVD van het WMC 2013 er weer even bij. Dan lach ik om mensen die dachten dat All-stars schoenen cool waren, en G-star broeken mooi. Mensen die dachten dat bakkebaarden indruk maken op de vrouwtjes en brillen op die van Guus Meeuwis moesten lijken. En om Benjamin. Die inmiddels een stuk groter is dan een maîtrestok.

Warmte door The Souldiers

Verschrikkelijk koud was het. 4 april opende we met een delegatie van Advendo het EYE filmtheater in Amsterdam. We speelden de 24 Century Fox-tune langs de rode loper alwaar bekend Nederland zich naar het immense gebouw waande.

Binnen drukte Koningin Beatrix op de bekende rode knop en opende daarmee officieel het theater. Er werd champagne gedronken, luxe hapjes gegeten en geloerd naar bekende acteurs uit Flikken Maastricht, Jiskefet en Flodder.

Na een een paar fijne borreltjes gingen we naar een kleiner zaaltje waar een band stond te spelen. ,,The soulders”, riep de bassist ietwat geërgerd op mijn vraag hoe ze heette. Logisch, thuis kwam ik erachter dat ze een aantal keren bij De Wereld Draait Door speelden en waren uitgeroepen tot 3FM Serious Talant.

Het is een soulpopband die bestaat uit onder andere de zussen Cato en Sofie en hun broer Joost van Dijck. Ze gingen die bewuste avond in het EYE lekker hun gang op het podium. Niet geforceerd, maar relaxt spelen als op een zomeravond, terwijl buiten de gure wind tegen het futuristische gebouw sloeg.

Ik bestelde meteen hun debuut cd ‘These times’ en raakte verslaafd aan het nummer ‘Down on me’. De samenzang verraadt een soort Acda en de Munnik in het kwadraat. Ik was verkocht. These times is een mooie aanvulling voor m’n cd-kast.

Nu tussen de buien door de zon steeds meer begint te schijnen, zoek ik steeds vaker Down on me op. De zomer is voor The Souldiers en anders om.

Oordeel zelf.

V.

Mondstukken op maat

Dit artikel is gepubliceerd in de Leeuwarder Courant van maandag 9 juli.

Als een dokter helpt hij muzikanten van zijn of haar klachten af. Maar dan binnen een kwartier. Henk Rensink meet als specialist blaasmuzikanten mondstukken aan.

Vincent Schutte

HEERENVEEN – Achterin het gebouw muziekhandel Van der Glas in Heerenveen liggen honderden mondstukken te glimmen in de zon. Voor de ruimte is een provisorische wachtkamer ingericht. Binnen zit Henk Rensink uit Apeldoorn. Hij reist door zes Europese landen, waaronder Nederland, om muzikanten een mondstuk aan te meten. Zaterdag was hij in Friesland.

Volgens Rensink spelen veel blaasmuzikanten –beroeps of amateur- op een mondstuk die helemaal niet geschikt voor ze zijn. ,,De meeste muzikanten zijn gaan blazen met een mondstuk dat toevallig bij het instrument zat. Een ‘standaard’ mondstuk.” Maar niemand is standaard.

Iedere mond is anders. En daarom voert Henk een aantal testjes uit om een goed mondstuk te zoeken. Als een dokter kijkt hij naar de stand van het gebit, de tong, de kaaklijn en het gehemelte. Ook wordt de longinhoud gemeten en kijkt hij hoeveel druk de muzikant op het mondstuk uitoefent. Diverse haakjes, spiegeltjes en apparatuur komt er aan te pas, waarna Henk een paar mondstukken uitkiest die de muzikant mag proberen.

Rik Pietersma (19) uit Drachten speelt bugel en wil weten of zijn speelcomfort verbeterd kan worden. Uit een aantal testjes blijkt dat het mondstuk waar hij op speelt te scherpe binnenranden heeft. Hierdoor kun je lipblessures oplopen en het speelt onprettig. Henk denkt even na en haalt daarna drie mondstukken uit een koffer.

Rik probeert een aantal nieuwe mondstukken en heft zijn wenkbrauwen tijdens het spelen. ,,Ik merk het verschil nu al”, zegt hij enthousiast. En inderdaad, de klank van de bugel is ronder en voller.

Henk schrijft het advies op een briefje. Een soort doktersrecept, want dat briefje kan de blazer inleveren bij de balie van de muziekwinkel. Deze bestelt het en zo speelt de muzikant binnen korte tijd op een nieuw, passend mondstuk.

Henks interesse voor mondstukken is naar eigen zeggen een uit de hand gelopen hobby. In de jaren zeventig deed hij veel onderzoek, een eigen mondstukkeninstituut in Apeldoorn werd een logische vervolgstap. Sindsdien komen ze van heinde en ver. ,,China, Japan, Australië, ze komen overal vandaan.”

De diensten van Henk zijn uniek en daarom een uitkomst voor veel muzikanten. ,,Sommigen laten mondstukken maken in verre landen en hebben een koffer vol met mondstukken die net niet lekker spelen. Zonde van het geld.” Een kwartiertje naar dokter Henk Rensink is voldoende.

Get Adobe Flash player