Monthly Archives: mei 2012

Er hangt iets moois in de lucht

Wij zijn er klaar voor, kleine vriend. Of vriendin.

Zwarte vingers

‘Redactie’ staat er met grote letters boven de deur die toegang verschaft aan de redactie van de Leeuwarder Courant. Een hele verdieping met journalisten, fotografen, vormgevers en technici die iedere dag een krant maken. Ik maakte daar een klein half jaar deel van uit.

Als eindstage van mijn studie Journalistiek en Fotografie liep ik achttien weken stage op de redactie van de Leeuwarder Courant. Eerst zes weken op regioredactie Zuid, toen drie weken op de binnenlandredactie om daarna te eindigen met negen weken regioredactie Noord.

Een van de dingen die me als eerst opviel, was dat op veel deuren zwarte vegen zaten. Zwarte vegen van de inkt op vingers die kranten maken. Kranten lezen en kranten vreten. Vingers van mensen die inkt in het bloed hebben. Inkt als bloed hebben.

Ik schreef over van alles. Als het met maar met de provincie Friesland te maken had. Van een sauna op twaalf meter hoogte tot een baristawedstrijd en van kapotte walbeschoeiing tot de kaartverkoop van plaatselijke ijsbanen.

Want ijsbanen, die waren er genoeg tijdens mijn stageperiode. Met z’n allen hoopten we op een Elfstedentocht. Er werd vergaderd, plannen gesmeed en voorbereid. We waren er klaar voor, alleen de Elfstedentocht zelf liet het afweten.

Mijn stageperiode was qua landelijk nieuws sowieso turbulent. Ik noem Prins Friso en de lawine, het kabinet en het Catshuis en de bezuinigingsmaatregelen.

Een maal schreef ik een stuk voor de voorpagina. Samen met een fotograaf ging naar Hindeloopen waar het kruiende ijs het  vaste land op kwam. Tijdens het wachten op beter weer –het regende pijpenstelen- dronken we een kopje koffie in een plaatselijk cafeetje. Daar zat een man die het ijs de wal op had zien schuiven. Hij liet z’n hond Quint uit en schrok zich een hoedje door het ijzige gekraak.

Ik moest wennen aan het schrijven voor de Leeuwarder Courant. Tijdens mijn vorige stage bij het Sneeker Nieuwsblad was ik gewend om twee kranten per week te maken. Nu maakten we er zes. Ik moest wennen aan iedere dag een deadline.

Ook het fotograferen was pittig. Ik wilde leren een goed portret te maken. Dat wil zeggen: op de foto moet duidelijk zijn waarom hij of zij op de foto staat. Samen met de aanwezige fotografen en een stagiair heb ik veel geleerd over de camera, compositie en nabewerking.

Na achttien weken voelde ik me net een beetje op me gemak . Maar toen lonkte het einde van mijn stage alweer. Zoals dat altijd gaat. Achttien weken op het hoofdkwartier van de Leeuwarder Courant waar tientallen mensen met veel humor en passie werken aan iedere dag weer een mooie krant.

Na mijn stageperiode valt nog steeds iedere dag de krant op de mat. Een krant die ik nu met een heel ander gevoel lees. Een krant waarvan ik weet hoeveel zwarte vingers het kost om hem te maken.

Ik ben trots dat ik voor de Leeuwarder Courant mocht schrijven en fotograferen, en dat ook mag blijven doen. De zomerperiode blijf ik een rubriek van de economieredactie verzorgen.

V.

Japanse legpuzzel

Katten zonder ogen, aangereden honden en ter plette gevlogen vogels; alles halen ze op en verzorgen ze met veel liefde. En humor. De dierenambulance Leeuwarden is vierentwintig uur per dag bereikbaar om je zieke of dode dier op te halen.

Woensdag reed ik een dag mee op ‘ambu 1’ om een fotoreportage te maken. We praatten over de meest ranzige taferelen en dankbare momenten. Over een door zuur aangevreten kat ,,waar het vel als kip van het bot viel” en over vogels die na weken behandeling weer konden vliegen.

Ook gingen we achter een zwaan aan. Twee vrouwen op skeelers hadden in een weiland in Mantgum een zwaan zien zitten die moeite had met bewegen en zichzelf herhaaldelijk in haar linker vleugel pikte. Gewapend met waterpak en vangnet gingen ze haar, laat ik haar Henni noemen, te lijf.

Na drie kwartier zat het beest achter in de auto. Met kapotte vleugel. De verzorgers voor in de auto. Met lelijke brandnetelwonden.

We reden naar de dierenarts in Leeuwarden om de inmiddels in shock geraakte Henni te laten onderzoeken. Het bot in haar linkervleugel bleek helemaal door; het holle bot stak zo ver uit dat je het vast kon pakken. Einde verhaal.

De dierenarts pakte een doorzichtig potje met een roze goedje. ,,Slaapmiddel”, vertelde ze me. ,,Een overdosis van dit spul kan het hartje niet aan.” Maar liefst drie flinke shots kreeg de zwaan voor haar kiezen.

De halfronde kronkel die haar nek vormde, veranderde in een slappe tuinslang. De ogen draaide. Het kopje bungelde. Henni was niet meer.

Ik was oprecht een beetje aangedaan. In de in totaal anderhalf uur had ik het beest een beetje leren kennen. Van opstandige draak naar mak schaap. Van boos naar ontroostbaar. Kwetsbaar. Met de camera achter m’n rug keek ik stilletjes naar het tafereel.

De chauffeur van de ambulance pakte het zware dier van de tafel en legde Henni achter in de ambulance. Hij startte de wagen en reed terug naar de thuisbasis, waar het dier in de vrieskist mag wachten op de vuilstort.

Ik keek beteuterd. De chauffeur niet. ,,Ik zag meteen al dat ze het niet zou redden; die vleugel was een grote Japanse legpuzzel.”

V.

Get Adobe Flash player