Monthly Archives: augustus 2011

Kringloop

Terwijl het hier in Nederland soms met bakken uit de hemel komt tijdens de zomermaanden, toeven mijn ouders altijd in het Zuiden van Frankrijk. Vroeger –lees: drie jaar geleden- gingen ik en soms mijn zussen ook nog mee. Die vakanties stonden altijd in het teken van zon, zee, strand, lekker eten en… Rob Hoogland.

We verbleven meestal maarliefst drie weken in het zonovergoten Frankrijk en dan is het wel fijn om af en toe eens te lezen hoe het er aan toe gaat in Nederland. Daarom nam mijn vader zo nu en dan naast twee stokbroden ook een Telegraaf mee uit het kampwinkeltje. Dat het ons eigenlijk alleen om het weerbericht te doen was met de daarbij behorende lage cijfertjes, hielden we allemaal stil. Een glimlach bij het lezen van het hogedrukgebied-journaal was echter altijd onvermijdelijk.

Ook ik kreeg deze krant altijd in handen en was meestal alleen geïnteresseerd in de voor- en sportpagina. De rest van de krant bladerde ik een beetje koppensnellend door. En tijdens dat doorbladeren viel me altijd een ding op.  Op de derde pagina prijkt altijd een klein fotootje van een ligt grijnzende meneer met een brilletje. Hij kijkt ook een beetje geniepig, alsof hij een plannetje heeft of een van zijn snode plannen zojuist heeft uitgevoerd.

Toen ik de foto voor het eerst zag, dacht ik dat het een politiebericht was die opzoek was naar dees of geen die tijdens zijn verlof op de loop was gegaan.  Maar wat schepte mijn verbazing: toen ik de kwaliteitskrant een aantal dagen later opnieuw opende, stond de beste man er nog steeds. Dat kon maar twee dingen betekenen: of de politie kan deze crimineel niet te pakken krijgen, of het moet een vast onderdeel van de krant zijn. En dat laatste was inderdaad het geval.

Het betreft hier de dagelijkse column van Rob Hoogland. Al jarenlang schrijft hij over dingen hem opvallen in het nieuws, de media en in het dagelijks leven. Zijn dagelijkse bijdrage heeft hij de naam ‘Kringen’ meegegeven.

Tot op de dag van vandaag heb ik eigenlijk nog niet een keer een column helemaal uitgelezen. Nog steeds krijg ik de rillingen over mijn lichaam als ik de krant opensla en meneer Hoogland recht in de ogen aankijk. Waarom laat de beste man niet eens een nieuwe foto van hem maken? Eentje met wat gel in zijn haar en een fatsoenlijk colbertje aan. Eentje met een bril die wel van deze tijd is. En die helemaal op zijn neus zit. Daar frist zo’n pagina toch van op? Dat maakt de boel toch allemaal een stuk vriendelijker?

Tot die tijd zal ik zijn column snel voorbij bladeren… voordat er kringen op mijn voorhoofd ontstaan.

V.

Update: Rob Hoogland heeft via Twitter gereageerd op bovenstaande column.



Botsende mooiboys

Een week lang staat Sneek in het teken zeilen, feesten en uiteraard de kermis. De Sneekweek is een feest voor jong en oud en werkelijk de hele week is er van alles te beleven. Nu ben ik zelf meer iemand die van een feestje houdt dan iemand die twee uur lang een euro in een gleuf duwt om daarna kansloos naar een knuffelbeest staat te grijpen. Maar goed, ieder zijn hobby.

Maar ook al ben ik kermiskakker, ik kan het toch niet laten om ieder jaar even over het plein te lopen. En wat me dan altijd het eerste opvalt is dat er twee groepen zijn. De eerste groep zijn de gezinnen met kleine kinderen die er leuke middag van willen maken; groep twee zijn een aantal gemutste mooiboys die enkel en alleen aandacht hebben voor de coindozer en de botsauto’s. En bij dat laatste reikt mijn plaatsvervangende schaamte tot ver boven het reuzenrad.

Ik bedoel, ze staan daar mooi te zijn. Althans, dat is de bedoeling. Dan stappen ze, inclusief pet en Nike Airmax schoenen in dat kleine karretje. Vervolgens wordt er een zithouding aangenomen die suggereert dat ze in een spiksplinternieuwe BMW 7-serie zitten. Lees: onderuitgezakt naar links en de rechterpols op het stuur, zodat de hand over het stuur hangt. En vervolgens wordt er bloed fanatiek gebotst en geknald.

Geen kind zal zich nog wagen aan een ritje in de botsauto’s omdat ze snoeihard worden aangereden door dat soort types met van die muziekdoppen in hun oren. Geen opa zal zijn kleinkind nog meenemen voor een rondje in de botstrabant omdat hij z’n heupen niet veilig is.

Met een kleine glimlach sta ik te kijken naar het bekende tafereel. Want waar is als mooiboy je geloofwaardigheid als je in een botsauto rijdt? Of is het een soort overgangsfase? Dat straks alle mooiboys naar eendjes staan te hengelen. Of met een pittenbal naar een tiental lege doperwtblikken staan te gooien.

Nee, ik houd niet zo van kermis. En als ik toch ga, dan maar naar een knuffel grijpen.

V.

Welkom thuis

Ruim drie weken vieren mijn ouders vakantie in ‘de oven van Frankrijk’; de Ardéche in Zuid-Frankrijk. Gedurende die tijd verblijf ik in mijn eentje in het huis wat, als je alleen bent, een kasteel lijkt. Tijdens de drie weken schrijf ik brieven naar mijn moeder. Over hoe het huismanbestaan me afgaat.

Lieve mama,

Ik zal deze brief maar op tafel leggen of iets dergelijks, want jullie zijn inmiddels weer thuis. Ik hoop dat jullie een goeie terugreis hebben gehad en niet met pech hebben gestaan. Dat is namelijk wel eens anders geweest.

Ik hoop ook dat je een beetje tevreden bent met het huis wat ik achtergelaten heb. Ik heb namelijk een dag nodig gehad om de vetspetters van drie weken kroketten, frikadellen, hamburgers en ander frituurvoedsel van de afzuigkap te verwijderen. Ook heb de keukenvloer maar even gedweild, want daar kon je schaatsen.

Wat betreft de stokrozen die nu allemaal –geknakt en wel- in de voortuin liggen; ik was tijdens een onstuimig dagje te laat met het spannen van een touwtje. Misschien kun je ze nog schuin afknippen en ze in een vaas de huiskamer laten opfleuren?

Ik hoop dat jullie een beetje tot rust zijn gekomen in Frankrijk en hebben genoten van het prachtige weer.

Xx,

Vinnie

P.s. Ik heb die blauwe spijkerbroek morgen nodig, kan je hem nog even snel wassen?

P.p.s. Wat eten we vanavond?

Mag dat?

Na een aantal weken leren mocht ik afgelopen maandag dan eindelijk aantreden voor mijn autotheorie examen. Ik zeg eindelijk, omdat ik de stem van de oefentoetsen niet meer aan kon horen.

Tientallen keren heb me gewaagd aan de oefentoetsen die je op de computer kunt maken. Een mannelijke stem leest veertig vragen op en jij moet het boek dan dermate goed hebben doorgelezen dat je het juiste antwoord kan kiezen. Dat laatste was bij mij niet helemaal het geval.

Ik ben niet echt een man van theorie en daarom gaf ik er na een aantal bladzijdes uit het boek gelezen te hebben als de bres aan. Vervolgens heb ik honderd en een keer de toetsen geoefend. Een verkeerde volgorde; immers, op deze manier leer je de vragen uit je hoofd en niet de regeltjes die daar achter zitten.

De beste man die de vragen en antwoorden voorleest kan ik niet meer uitstaan. Het is te vergelijken met een favoriete liedje. Dat nummer luister je een keer of dertig teveel op een dag en dan ga je je irriteren aan hoe de zanger of zangeres een bepaald woordje uitspreekt. Dat nummer kan je dus nooit meer normaal luisteren, omdat je je irriteert aan dat ene woordje.

Ik zal nooit meer de vraag: ,,Mag dat?” normaal aan kunnen horen. Die vraag is mij zo verschrikkelijk vaak gesteld dat ik last krijg van lichtelijk schizofrenie.

Afijn, vol goede moed reisde ik af naar het pittoreske Leeuwarden. Daar onderging ik, samen met nog 49 andere zenuwachtige kandidaten, het theorie-examen. Ik mocht plaatsnemen aan tafel 26. Ik was er klaar voor.

Allereerst kregen we drie oefenvragen. Deze gingen over gevaarherkenning. Dat wil zeggen dat je in een bepaalde situatie moet aangeven wat je zou doen; remmen, gas loslaten of niets. Bij de oefenvragen had ik twee van de drie goed dus ik begon vol goede moed aan het echte examen. Wat trouwens opvalt is dat knopjes waarmee je antwoord geeft erg veel lawaai geven. Zodra je antwoord mag geven gaat er een roffel van antwoorden door de zaal.

Het examen ging vrij vlot. Er waren weinig vragen die ik niet wist. Tot de vraag kwam over wegmarkering. Er stond een weg afgebeeld met een dubbele strook in het midden. ,,Wat is hier de maximum toegestane snelheid?” luidde de vraag. Ik had geen idee en typte 100. Echter, aan beide zijkanten hoorde ik de mensen maar twee knopjes indrukken. Dat betekende dus dat het nooit 100 kon zijn. Vlak voordat de tijd verstreken was veranderde ik mijn antwoord van 100 naar 80.

Na 65 vragen te hebben ingevuld zat het examen er op. ,,Heb je er een beetje goed gevoel over?” vroeg ik degene die naast mij zat en zenuwachtig zijn vingers knakte. ,,Nou, ik weet het niet zeker. Ik denk eigenlijk niet dat ik het gehaald heb; ik heb niet echt goed geleerd.”

Niet lang daarna is de uitslag bekend. Rij voor rij mogen we aansluiten om ons papiertje, met daarop de verlossende woorden, op te halen. De eerste die langsloopt is meteen gezakt. Dat begint lekker, dacht ik nog. Een paar geslaagden en gezakte verder is mijn buurman aan de beurt. Hij is inderdaad gezakt en moet nog even de boeken in.  Dan kom ik. ,,Gefeliciteerd jongen.”, zegt de vrouw en overhandigd mijn theoriecertificaat. 7 fout op gevarenherkenning (12 toegestaan) en 2 fouten op de theorie (5 toegestaan).

Verschrikkelijk opgelucht was ik. Met een glimlach verliet ik het gebouw van het CBR, stapte in de auto en reed ik richting Sneek. Op de hoop dat ik onderweg die man zou tegenkomen die al die oefenexamens inspreekt. Ik zou hem snoeihard aanrijden. Mag dat? Nee, maar ’t zou wel lekker voelen!

V.

Ik wou dat ik jou was

Ruim drie weken vieren mijn ouders vakantie in ‘de oven van Frankrijk’; de Ardéche in Zuid-Frankrijk. Gedurende die tijd verblijf ik in mijn eentje in het huis wat, als je alleen bent, een kasteel lijkt. Tijdens de drie weken schrijf ik brieven naar mijn moeder. Over hoe het huismanbestaan me afgaat.

Lieve mama,

Ik hoop dat jullie het nog steeds leuk hebben daar in Frankrijk. Ik hoorde op het weerbericht dat het weer niet om over naar huis te schrijven was. Is dat ook de reden dat ik nog steeds geen kaartje heb ontvangen uit het land waar ik tien jaar met veel plezier de vakantie heb gevierd?

Hier gaat alles prima. Af en toe doe ik even een rondje met de stofzuiger en ook de planten mogen niet klagen; iedere week ga ik langs met een gieter en met een feestje genieten ze van een alcoholische versnapering.

Alleen de was, daar moet ik nog even aan wennen. Ten eerste vind ik dat splitsen altijd een risicovol klusje. Ik bedoel; als ik niet uitkijk beland mijn Utlopers T-shirt bij de witte onderbroeken. Dan ben ik dus mooi in de aap gelogeerd.

Ook zit ik ineens met dilemma’s die ik nog nooit heb gehad. Zo had ik vorige week een mooi wasje gedraaid; eentje met twee broeken, wat shirts en een partij sokken. Het was prachtig weer dus ik hing het buiten. Het was een bonte boel om te zien. Daarna ging ik even naar het terras om onder het genot van een drankje van de zon te genieten. Echter, na anderhalf uur begon het lichtelijk te spetten. ,,Mijn was hangt nog buiten!”, was het eerste dat door mijn hoofd schoot. Normaal denk ik daar nooit aan. Ik ben gewend dat jij thuis op de wacht staat, net zo lang tot het boeltje uitgedrupt is.

Uiteindelijk heb ik het maar een dag extra laten hangen, weet ik in ieder geval zeker dat ’t droog is.

Afijn, mama, geniet er nog even van. En houden jullie die Fransen daar een beetje in toom? En doe de groetjes aan papa!

Xx,

Vinnie.

p.s. Ik heb de handdoeken maar binnen gehangen. Ik vergeet voor het douchen namelijk altijd een klaar te leggen. En het is ook zo wat om in adamspak het dak op te springen.

p.p.s Pap, had je die kratjes bier nog nodig? Dan haal ik even nieuwe.

Get Adobe Flash player