Monthly Archives: juni 2011

Dilemma

Dit artikel is gepubliceerd in het clubblad van Advendo Korpsen Sneek de ‘Fortissimo’ van juni 2011.

In uw handen ligt een nieuwe editie van de Fortissimo. Een uitgave die gevuld is met columns, optredenverslagen, berichten vanuit het bestuur en praktische informatie. Een van die columns neemt u mee naar de gedachtewereld van een spelend lid die voor het optreden zijn of haar tas inpakt. De Advendospullen zijn meestal niet een probleem. Handschoenen, puttis; alles moet mee. Maar wat neem je aan versnaperingen mee de bus in?! Dit kan enorme dilemma’s opleveren.

Goed, als ik de tas eenmaal heb ingepakt zet ik koers naar het Advendogebouw. Het is voor mij een klein stukje lopen en daarom kom ik vaak op het laatste moment aankakken. Bij aankomst staan er dus meestal al een man of veertig een beginnetje te maken met hun koelboxinhoud of te voetballen. Op dat moment word ik onderworpen aan het grootste dilemma.

Bij Advendo is het de gewoonte om iedereen een hand te geven. Zo’n stevige handdruk die je geeft aan iemand die je een half jaar niet gezien hebt. Dat verbroedert, is goed voor de saamhorigheid en geeft bovenal een prettig gevoel. Maar dat hele handengeven-gebeuren is eigenlijk een beetje 2006. Handen geven 1.0  zal ik maar zeggen. Daarom is er sinds een aantal jaren de ‘boks’ bij gekomen.

Vroeger was dat alleen voor getinte mensen. Die balde hun vuisten en tikten die tegen elkaar aan. Meestal riepen ze er ,,He Bro, man!” of ,,He, swa!” bij. Emancipatie kent geen grenzen en daarom boksen we bij Advendo heel wat af. Het probleem is alleen dat er nu dus twee vormen van begroeten zijn. Hilarische taferelen levert dit af en toe op. Ik zal proberen een gemiddelde begroeting voor u te schetsen.

Ik loop op iemand af en steek mijn hand uit. De persoon tegenover mij laat op precies datzelfde moment zijn gebalde vuist zien. Ik denk: ,,Oh, hij wil een boks, hij denkt: ,,Oh, hij wil een hand.” Dat heeft tot gevolg dat ik van mijn hand een vuist maak, en hij van zijn vuist een hand. Dan ontstaat er een grijns op beide gezichten en geven we elkaar een schouderklopje.

Het is dus verschrikkelijk lastig om te zien wie wat doet. Tijdens het kleine stukje dat ik naar het Advendogebouw moet lopen zit ik dus in m’n maag met dit grote dilemma. Wie wil een hand? Wie wil een boks? Daarom stel ik het volgende voor.

Voortaan geven we elkaar eerst een boks, daarna een hand en daarna tikken we met de rechter schoen tegen elkaar aan. Die drie handelingen maakt samen bokshandschoen. Zo maken we de begroeting simpel en humoristisch tegelijk.

Zoals ik zei zit de Fortissimo weer boordevol mooie schrijfsels. Lees over de taptoe en streetparade in Heerenveen van Jong Advendo, een optreden bij de botenbeurs van T-Brass en is de winnaar van de jeugd sponsoractie bekent. Ook mama spreekt in deze editie weer wijze woorden.

Boks ouwe!

V.

Glimlachende Appie (4)

,,Wakker worden menseeeeeeeen.” Dat was het eerste wat ik hoorde toen ik wakker werd op de dinsdagochtend. De gehele camping werd om zeven uur van z’n luchtbed gelicht. Om twaalf uur precies moest namelijk iedereen het kampeerterrein verlaten hebben. Wij begonnen een uur of acht met oppakken.

Dan begint de ellende. Allereerst moet je je luchtbed leeg laten lopen en al het lucht eruit krijgen. Daarna moet je je slaapzaak, die op de heenreis zo mooi in dat kleine hoesje zat, weer oprollen en terugkrijgen in datzelfde hoesje. Drama.
Je tent oppakken is ook zo’n feest. Alle haringen die je er drie dagen terug zo insloeg zijn er met geen mogelijkheid meer uit te krijgen. De buitentent is amper van de binnentent te scheiden en diezelfde twee tentdelen passen nooit –en zeg ook niet dat het wel kan- maar dan ook nooit meer in de tentzak.

Desalniettemin hadden we ons boeltje vrij snij bij elkaar; tien uur begon onze reis terug naar het hoge Noorden. Die reis begon ik vol goede moed. We hadden gesprekken over alles wat we mee hadden gemaakt. We lagen drie keer in een deuk om een en dezelfde opmerking, blikten terug op de mooie bands en lieten af en toe een zure bom die het openen van het raam noodzakelijk maakte. Ondanks de soms ondragelijke luchten heb ik toch het weekend even herbeleefd aan de binnenkant van mijn ogen.

Onderweg stopten we twee keer. Eerst voor een hapje eten. Op mijn menu stond een heerlijke ham-kaas uitsmijter met een saucijzenbroodje. Mijn maag moest er even aan wennen want de boel begon flink te borrelen. Tijdens de tweede stop deden we een bakje koffie en kocht ik de Telegraaf om te kijken wat er over Pinkpop geschreven werd. Het was de Pinkpop van de verrassingen, stond erin. ,,Het programma van Pinkpop 2011 bood vooraf weinig reden tot juichen. Maar het festival heeft zich kranig geweerd en laten zien dat theorie nog geen praktijk is.”, luidde het intro van het artikel.

Na een lange reis reden we vier uur Sneek weer binnen. We deden nog een klein biertje, in mijn geval een kleine cassis, en pakten de spullen uit. Daarna heb ik nog snel van een patat-shoarma mogen genieten waarna ik mijn blauw-witte pakje weer aan mocht trekken. Ik was dinsdagavond namelijk gewoon Appie, uw persoonlijke boodschappenhulp bij Albert Heijn.

Gek genoeg had ik niet veel moeite met het bijvullen van de schappen. Ik teerde op de energie die ik kreeg van de gedachtes over het geweldige weekend dat alweer voorbij was. Zelden was ik zo klantvriendelijk; de hele avond liep ik, denkend aan het weekend, met een lach op m’n gezicht. Een enorme glimlach.

V.

Lauwe Foo(d) Fighters (3)

De wereld zag er voor mij een stuk rooskleuriger uit toen ik maandagochtend wakker werd. Geen kater te bekennen en ongekende zin om nog een dag te genieten van de bands die op het programma stonden. En die stonden er. Go back to the zoo, Thirty seconds to mars, Kaiser Chiefs en de Foo Fighters stonden op ons lijstje om gezien te worden.

Ook ging ik een poging wagen om mijn Elbow shirt om te ruilen. Ik nam hem die middag mee naar het festivalterrein en vroeg bij de shirtstand of ze nog shirts van Elbow hadden. Immers, de formatie uit Manchester speelde er zaterdag al en nu hingen er shirts van de bands die op maandag speelde. Die hadden ze nog, maar alleen nog een M. Die was mij aan de kleine kant, maar nog altijd beter dan de XL-versie waar ik kon wonen. Met maat M op zak liep ik naar het andere kant van de voormalige paardenrenbaan, waar ook zo’n festivalshirts stand stond. Ook daar heb ik het hele verhaal weer uit moeten leggen. Deze stand had nog wel de L op voorraad. Hij paste perfect. Had ik eindelijk een echt L-bow shirt.

Na genoten te hebben van een aantal bands zijn we een hapje gaan eten. In de ‘Kalm aan laan’ –een soort loungeruimte met tal van eettentjes, hangmatten en banken- aten we vis op brood en noodles. Weer eens wat anders patat met een frikadel.

Negen uur begonnen de Foo Fighters. Twintig minuten nadat ze waren begonnen, kregen we eindelijk wat ons beloofd werd. Eindelijk viel de eerste regen uit de lucht en konden de meegenomen poncho’s over de vol gegeten en gedronken lijven. Een kwartier later stond de regenboog alweer aan de hemel. De Foo Fighters gaven een twee uur durend concert en lieten het publiek feesten en los gaan op snijter harde gitaren. De absolute topper van het weekend.

Na het concert liepen we terug naar de camping. Onderweg kwamen we een loempiatent tegen waar we in korte tijd tegen de veertig groentesticks weghaalden. Omdat het bier bij de tent op was, liepen we ook nog even langs de auto. Daar stond nog een koelbox gevuld met een tray bier. Ik had ze donderdag in de vriezer gelegd, dus die zouden nog wel koud moeten zijn. Onze monden zouden echter nog lang nasmeulen van de loempia’s en de hete sambal; in de koelbox zaten louter koude batsers waarmee we onze tongen niet durfden te blussen. Zonde.

Eenmaal op de camping hebben we nog een semi-lauw sixpackje Brand op de kop weten te tikken. Je moet wat. Half twee was het bedtijd. Het programma zat erop. Drie dagen topbands lag achter ons. Wat overbleef was een hoop mooie herinneringen, lamme voeten en een prachtige ervaring. Wat een weekend!

V.

Pisnijdig (2)

Boemboem, boemboem. Dat geluid maakte mijn hoofd toen ik zondag wakker werd. Met een beste lading dakschade zag ik rond tien uur het Landgraafse ochtendlicht. Terwijl veel van de groep in de rij stonden voor een wasbak of een douchecabine, begon ik met nog drie anderen aan bescheiden ontbijtje van twee broodjes. Ik begon wat op te knappen was nog wel erg moe. Ik besloot nog even te gaan liggen. De doodsteek, bleek achteraf.

Ik werd even later wakker met een nog grotere kater dan die ik in de ’s ochtends al had. Het was alweer twee uur dus de magen begonnen ook weer te knorren. Ik moest nog etensbonnen halen en voor die kassa stond een rij van twintig minuten. In de brandende zon, welteverstaan. De druk op m’n hoofd werd opgevoerd en mijn later bestelde broodje kipshoarma heb ik, op drie stukjes shoarma na, maar afgestaan. En eten afstaan, dat doe ik niet zo vaak. Pisnijdig was ik.

Niet lang daarna ben ik maar aan de medicijnen gegaan. Dat wil zeggen: een koud biertje met chips. Het werkte want een uur later was ik weer de man. Toen we die middag naar het festivalterrein liepen ben ik vooruit gegaan om nog snel een broodje kipshoarma te halen. Als herkansing. Je moet tenslotte wel weten wat je weggegeven hebt. Heerlijk was ‘ie.

Die middag en avond hebben we genoten van optredens van de White lies, Graffiti6 en de Kings of Leon. We hebben er zondag maar drie gezien omdat we tot na vijf uur op de camping aan de sapjes zaten. De Kings Leon was een prachtige afsluiter van de dag. Met veel meer pit dan Coldplay wisten ze het publiek aan de gang te krijgen en uiteraard mee te laten schreeuwen met hits als ‘Sex on fire’ en ‘Radioactive’.

Na de show begonnen de sapjes mij parten te spelen. Ik had hoge nood, zeg maar. Op de grond lag een groot zijl. Aan twee hoeken werd het opgetild zodat ik, tegen de wil in van Jan Smeets –die elke avond vroeg alle vuurtjes uit te maken, rustig het terrein te verlaten en om het milieu te denken- mijn behoefte kon doen. Na de daad werd het zijl weer op de grond gelegd en we lachten erom. Niet lang daarna komt er een lallende groep voorbij. Een van hen ziet het zijl liggen. Hij pakt het op, trekt het over z’n hoofd en neemt het mee. Wat zal hij pisnijdig zijn als ‘ie zou weten waar die vieze lucht toch vandaan kwam.

In het midden van terrein ontstond een grote brand. En grote groep van zeker wel vijftig mensen stonden er omheen. Een kleinere groep rende om het vuur heen, maakte een hoog geluid en sloegen met de platte hand op hun mond alsof ze een indiaan waren. Ondanks diverse preken van opa Smeets werd het vuurtje in takt gehouden of opnieuw aangestoken. Toen kwam er een jongeman met de tekst ‘CREW’ op z’n shirt die het vuur bluste. Die had Smeets gestuurd. Hij was er klaar mee. Boos. Pisnijdig.

V.

XL-bow (1)

Zon, biertjes en geweldige bands; het is het beste recept voor een geslaagde editie van Pinkpop. Terwijl iedereen de uitstorting van de heilige geest vierde, ging ik dit jaar voor het eerst naar het festival in Landgraaf dat dit jaar voor de 42ste keer roze aangekleed was. De komende de drie dagen zal er elke dag een kleine column verschijnen over gebeurtenissen tijdens het festival.

Zaterdag vertrokken we al vroeg richting het zuiden; de klok gaf nog geen zeven uur aan toen we Joure al passeerden. Drie uur later parkeerden we onze auto op de parkeerplaats van Camping B. Het was er verschrikkelijk druk en iedereen probeerde het mooiste campeerplekje te bemachtigen. Wij vonden ons stekje op het tweede veld, vlak bij de dixies. Wij stonden in Dixieland, zal ik maar zeggen.

Nadat we alle tentjes hadden opgezet dopten we ons eerste biertje. Het Pinkpop-weekend was begonnen. Vandaag stonden onder andere Lifehouse, Elbow, en als grote topper Coldplay op het programma. Persoonlijk was ik erg benieuwd naar Elbow. Ik kocht de cd ‘De seldom seen kid’ van de band uit Manchester in Londen en ik was al snel verkocht aan hun melancholische klanken die een beetje aan Mumford and sons doen denken.

Nadat we alle bands hadden gezien, inclusief Coldplay die twintig minuten te laat begon maar wel rond de afgesproken eindtijd het podium weer verliet, verlieten we het festivalterrein. Ik liep achteraan de groep en ik wilde eigenlijk nog wel een shirt van Elbow. Ik bedoel: de band zie ik waarschijnlijk niet snel weer en de shirts heb ik bij de Zeeman in Sneek nog nooit zien liggen.

Ik had dus haast. Ik liep naar de stand toe en vroeg om het grijze shirt met de blauwe print. ,,Welke maat heb je?!”, vroeg de charmante dame met pinkpop shirt, armbandje, hoedje, Button, oorbel en wie weet Pinkpop ondergoed. Daar had ik nog niet zo over nagedacht. De groep liep al richting de uitgang. ,,Doe maar XL”, riep ik. Ze haalde het shirt, vouwde hem uit en liet hem zien. ,,Moet wel lukken; altijd goed”, zei ik tevreden. Ze deed het shirt in het tasje, ik pakte het aan en snelde me naar de groep.

Ik was de man. Ik had een Elbow shirt.

Eenmaal bij de groep aangekomen liet ik hem trots zien. Toen kwam ik echter tot de ontdekking dat het shirt te vergelijken was met menig tentje die op de camping stond. Het kwam er op neer dat ik heel wat etensbonnen moest verbrassen wilde ik daar ooit in passen.

Eenmaal terug op de camping dronken we nog een biertje en werd er gegrapt wat ik alsnog met shirt zou kunnen doen. Poetsdoek, verkopen aan m’n vader, als circustent gebruiken; alles kwam voorbij. Het ging langs me heen. Ik was in het bezit van een XL-bow t-shirt en dat lot moest ik maar aanvaarden.

V.

Get Adobe Flash player